Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Zoekt en gij zult verdwalen

Er staan geen auto’s op de parkeerplaats, niemand van mijn surfvrienden daar om mij te vergezellen. Ik met gedachten, een nat pak van de vorige sessie en een surfplank die zijn beste tijd gehad heeft.

Het pak had overigens al tijden droog kunnen zijn, echter was er geen zin om het weer buitenstebinnen te keren. De drempel was te hoog. Het hing met een gebroken hart in de badkamer, nog ruikend naar zijn geliefde zee.

De wind zou gaan liggen en golven zouden speciaal voor mij het strand op rollen. Ik zou ook gegaan zijn wanneer de voorspellingen niet zo gunstig waren geweest, ik moest wel na het schrijven van het eerdere stuk. Dat is het lekkere aan schrijven: het stuurt je een kant op die je anders had vermeden.

Mijn ogen gaan van reddingsbrigade naar strandtent en weer terug. De zee laat geen enkele druppel zien. Er hangt een enorme hoeveelheid mist als een groot luchtbed boven het speelgebied. Ik hoor haar golven neerkomen, haar geur fuseert met mijn cellen. De zee speelt verstoppertje en het is aan mij haar weer te vinden.

Als surfer is het van belang dat je kunt zien wat ze je geeft. Door verder in zee de golven te lezen heb jij de ruimte te anticiperen op wat er op je afkomt, zodat op het juiste moment, jij en de golf één wordt en in de vormloze vorm vorm tekenen. Als een penseel op een maagdelijk schildersdoek, of nog beter, zoals een kinderhand tekent op een magnetisch tekenbord, zonder gedachten puur op gevoel. Wanneer je terugpeddelt is het bord gewist en mag je het nog een keer proberen. Dat vind ik zo prettig aan surfen: steeds weer een schone lei, welke shit je ook met je meedraagt, in het water is dat er niet.

Alleen dit keer drijf ik als een verloren schipbreukeling in zee, omgeven door de grauwheid van mist. Ik kijk een meter vooruit, zie enkel mijn plank , het water onder mij en de wolkjes koolstofdioxide die ik uit adem. Ik zie niet meer waar het strand is, noch ankerpunt, zandbanken, meeuwen of golven. Surfbare golven vind ik niet en verloren peddel ik richting de zon die nog vaag door de mist in de hemel zichtbaar is.

Alleen laat de kust maar op zich wachten. Mijn armen worden moe en ik kom geen meter vooruit. De tegenstroom maakt me angstig. Waar is de controle? Waar is de grond onder mijn voeten? Door de vermoeidheid gooi ik de handdoek in de ring en verdrink in mijn eigen melancholie.

Wat als dit het is? Wat als ik nooit meer terugkom en voor altijd hier blijf? Kan ik tevreden gaan en met een glimlach mij mee laten nemen richting de eeuwige stilte?

Deze vragen bieden geen antwoord. Gedachten vullen de mistige ruimte om me heen. Onrust, onvrede, onzekerheden kapen de ruimte om te voelen. Ik laat mijn armen en benen los en laat mij dragen door de moerasgroene zee.

Mijn ogen gesloten, er is even niks, geen geluid, gedachte of gevoel. En dan zoals ochtenddauw op een vroege zomerochtend met enkele zonnestralen oplost, verdwijnt de mist voor mijn ogen en ben maar een paar meter verwijderd van de kust.

Ik lach, juich en huil. De kou heeft mij te pakken, dus het einde van dit surf avontuur is in zicht. Zonder een enkele golf te surfen druip ik af. Bevend het water uit. Twee oudere mensen ontvangen mij met een warme blik.

‘Plotseling was je daar!’ zegt de oudere man met glinsterende ogen.
‘Ja, ik ben er weer, maar ik heb het nog niet gevonden.’

Lees meer:

Een stukje over dat je fouten mag maken.

Een stukje over Marts Smeets en luisteren naar gedachten.

Een stukje over de onzin van tijd.