Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Water

Deze morgen laten de wolken hun emotie zien. Al rennend met mijn tong op mijn kin, proef ik het verdriet. Ik proef al die misvattingen die wij als mensheid maakten, al die momenten dat we nog niet werkelijk beseften wat we onze geliefde aarde aandeden.

Na dagen zon, verwelkom ik de regen. Sowieso, wat voor zin heeft het om je te verzetten tegen het weer? Ik vind weermannen dan ook zwaar overschat en zou ze het liefst met ijsballen bekogelen.

Het ruikt buiten naar zomer. Wellicht weet je wat ik bedoel. Ik denk dat het zo ruikt doordat de warmte in de bestrating zit en de koudere regendruppels dit als de aroma van een etherische olie in een warm bad de atmosfeer in stuurt.

Terwijl ik ren onder een grijs wolkendek vliegen er letters ganzen door de lucht. Ik zie de V van vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering. De gans aan kop en ik, staren elkaar aan totdat ik in een greppel beland en bijna een verzekering nodig heb.

Het zou zomaar eens een mooie surfdag kunnen zijn. Ja, ik heb naast rennen, zeer veel zin in surf. Hardlopen is zalig omdat je zo op de grond mag stampen, maar surfen, man, dat is dansen op water, Jezus is er niets bij.

De twee hellingen pak ik op maximale hartslag. Op het punt dat mijn hoofd zegt dat ik niet meer wil geef ik extra gas. Het geeft me een inzicht: voorheen liep ik tot laat in de club op zoek naar meer, naar spanning, naar extase, en nu is dit dat moment geworden. Dat moment van fuck it, er is geen morgen, er is enkel dit. Ik heb zin in die pijn, in een duidelijke grens. En daarnaast heb ik die kaders nodig. Anders zweef ik weg. Er zijn momenten dat je een anker nodig hebt en er zijn momenten dat je hoort te vliegen. Ik vlieg al even, het is nu tijd om te landen.

In de zee word ik wakker. Het is als thuiskomen na een kampeervakantie. De stemmen in mijn hoofd verdrinken in het koude water. Het is stil. De natuurelementen wiegen mij in een staat van rust, kalmte en helderheid. Er komt een heuphoge golf mijn kant op. Ik draai mijn board, steek mijn armen en benen te water en peddel tot ik verzuring voel. De golf neemt me mee, ik sta houterig op en lees welke kant ik op mag. Op dit moment ontstaat er een dans, de golf leidt en ik volg. Je laten leiden door de natuur is teruggaan naar de kern, naar onze oorsprong. Ik spring enthousiast mijn plank af en land als een zware bass op de zandbodem.

Thuis geeft mijn dochter aan dat ze wil spelen in de regen. Samen gaan we op zoek naar de regen.

“Anders fietsen we naar de wolken.” zegt ze nadat ze teleurgesteld naar de zon kijkt.

“Ja, dat doen we!”

“Maar pap, dat kan toch niet in het echt?”

“Vandaag doen we alsof het kan.”

De fietsen blijven thuis, maar de laarzen gaan aan. We gaan op plassenjacht. De grootste plassen maken we kleiner door te stampen in het water.

Deze dag begon met water en deze dag eindigt ermee. Ik spoel mijn pak om en zie de zandkorrels het doucheputje in stromen. Ik ben een beetje jaloers op ze. Nog even verder spelen in het water, ze betreden het riool: de grootste glijbaan ter wereld.

Mijn bed lijkt een waterbed. Als een schipper op zee val ik in slaap. In mijn droom fiets ik door de wolken, ik proef iets minder verdriet en iets meer vreugde.

Lees meer:

Een stukje over tijd tijdens Corona.

Een stukje over nietsdoen.

Een stukje over bevrijdingsdag.

Een stukje over vier Singaporezen.

Een stukje surfen.