Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Vogels

De natuur is tafel aan het dekken. De lucht wordt als tafel gebruikt, de takken van de bomen zijn het bestek en de wolken de verse witte sneetjes brood. Op de achtergrond zorgt de zon voor pastelkleurige tinten.

Er vliegen twee koolmeesjes door de lucht. De beestjes zijn verliefd. Dat is overduidelijk. Met hun vlucht tekenen ze hartjes in de lucht. In de verte doet een vliegtuig mee aan de tekenwedstrijd, maar verdient zelfs geen troostprijs. Ze maken speelse loopings en zingen liefdesliedjes voor elkaar.

Het mannetje ziet er netjes gekleed uit en heeft een donkere stropdas om. Zijn veren zitten goed in het vet en zijn op kleur gerangschikt. Het vrouwtje is bescheiden. Ze zit er gefatsoeneerd bij, heeft een smallere das om en haar nagels zijn gelakt. Ze is wat kleiner en alles zit perfect op haar plek.

Wanneer ik zou kunnen vliegen, niet meer dan vijftien gram woog, veren had, een das droeg en van tak naar tak kon wippen, had ik het wel geweten. Dan was iedere noot voor haar. Wormen zouden voor haar snavel worden uitgekotst. Ik zou verliefd zijn.

Haar snavel gaat op en neer en hiermee scoort ze gelijk een top veertig hit. Sommige katten neuriën zelfs mee. Terwijl het mannetje luistert en af en toe een nootje mee pakt is hij druk bezig. Hij verzorgt haar. Het beestje vliegt van tak naar tak en is de Tarzan onder de koolmezen. Onderweg scoort hij blauwe bessen en overhandigt deze aan zijn geliefde.

Goed zo, vriend.

Daarna is het tijd om in bad te gaan. Met een volle buik, schieten ze schokkerig door de lucht om vervolgens neer te dalen bij hun favoriete badplaats, genaamd de 'regenplas'. Het mannetje wil zich bewijzen en loopt met zijn borst naar voren richting de verzameling regendruppels.

Eenmaal in het water is hij voorzichtig en durft hij niet verder tot zijn vogelenkels. Het vrouwtje heeft minder last van de kou en gaat gelijk kopje onder. Met een ongelofelijke snelheid klappert ze zichzelf droog. Het is een spektakel. Ze lijkt op een vliegende centrifuge in lego formaat.

Ze stijgen op. Onderweg spelen ze zeeslag en raakt het mannetje de kop van de grootste kat die er rondloopt. Ze komen aan bij de witte eik, hun favoriet en genieten van het beste uitzicht van de buurt. De zon gaat onder, Voorbijvliegende vrienden worden gegroet. Ze delen nog een worm en vallen vredig in slaap.

Het was een mooie dag, een dag waarin ze alleen maar deden wat ze zelf wilden, zonder haast. Geen agenda, want die hebben vogels natuurlijk niet. Vogels kennen geen tijd. Ze zijn vrij van tijd en plaats. Social media bestaat niet. Twitter is voor hun onbekend. De enige wall die zij kennen is diegene van dat hoekhuis verderop, met die lekkere pot pindakaas en dat huisje met die minimalistische inrichting.

Thuis kijk ik uit het raam. Ik lees een boek van James Worthy en hij maakt een toffe grap, waarin hij hangtieten vergelijkt met zakjes vogelvoer die er al een paar jaar hangen. Ik moest aan jullie denken.

Mijn dochter wil tv kijken. Ik zeg nee. Ze lijkt op een Angry Bird. Even later zie ik jullie, samen, genieten van hangtieten in de voortuin.

Dit stukje komt rechtstreeks uit mijn eerder verschenen verhalenbundel: Het poëziealbum van een schatzoeker. Je kunt je HIER inschrijven voor de mailing. Dan krijg je wekelijks het stukje in je mailbox.