Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Vipassana

Dag 0 Uitschrijven, Inschrijven, prostaatpraatjes en kruidenthee.

Die ochtend drink ik vier koffie zeg mijn studie op en pak haastig mijn spullen. Zelfs in de trein blijf ik bezig. Ik lees soms een pagina uit de Opwindvogelkronieken, maar zit veel meer op social media én luister ook naar een podcast van Faberyayo waar Michiel Romeyn te gast is. 

Wachtend op de taxi leun ik tegen een paal waar iemand met scherp voorwerp een hakenkruis in heeft gekerfd. Drake laat mijn trommelvliezen trillen. Heel bewust hou ik mijn koptelefoon op. Er staan meer mensen te wachten; je pikt ze er zo tussenuit. De meesten verloren in gedachten, zich voorbereidend op de pittige tijd die er aankomt. Ik sluit me af, geen zin om sociaal te doen.

Met de eerste stap op het terrein vervalt dit. Alsof ik mijn asociale jas aan de kapstok hang. Ik deel een kamer met een uroloog in opleiding en we praten over mijn prostaat. Wat kan mij het schelen, hij mag er straks toch niks meer van zeggen. We drinken met z'n allen brandnetelthee en maken vrolijke herrie. De vriendschappen liggen hier voor het oprapen.

Om 19 uur gaat de edele stilte in. Die avond denk ik last te hebben van mijn prostaat. Ik wil het mijn roomie vragen, maar daar is het te laat voor.

Oh ja. Ik heb besloten vriendelijk voor mijzelf te blijven. Dit keer zit ik op een stoel. Je zult straks lezen waarom. 

Hoe zou het thuis gaan?

Dag 1 Gemis, eenzaamheid, eekhoorn.

Dat de gong om 04.00 uur zou gaan was mij niet onbekend, toch ben ik vergeten hoe kut dat is. Ik doe alsof ik niet besta en verstop mij onder de dekens. De Chirurg gaat er soepeltjes uit en zet daarna het licht aan. Zo zou het iedere ochtend gaan. Ik werd hem daar later pas dankbaar voor. 

We leren onze geest scherper maken door op ons ademhaling te letten en doen dit dan heel erg lang. Af en toe is er pauze en er zijn twee heerlijke maaltijden per dag. Toch, tien uur is lang! Ik smokkel zo nu en dan. Dan wandel ik en praat ik met de natuur.

Het is alsof ik een smoothie van schuldgevoel, verdriet, egoïsme en eenzaamheid aan het verteren ben. Steeds als ik aan thuis denk krijg ik een stomp in mijn maag. Aan het einde van de middag voel ik mij heel zielig. Het regent, mijn jas is nat en koud, ik loop er verloren bij. De vraag die één van mijn vrienden die avond daarvoor stelde spookt door mijn hoofd: 

“Waarom ga je voor de derde keer? Waarom in godsnaam?”

Ik had er toen geen antwoord op en nu al helemaal niet. Dan hoor ik wat ritselen. Ik kijk naar rechts en zie de takken van een enorme den bewegen. Er springt een eekhoorn langs mijn hoofd. Hij beweegt snel en schokkerig en tovert een glimlach op mijn gezicht.

Wist je trouwens dat eekhoorns wel honderd dennenappels per dag verorberen en soms jonge vogels eten? 

Dag 2 Roodborstje,  dennenappelspenissen.  

Dat ik goed geslapen heb die nacht wordt mij duidelijk wanneer die gong weer zo pijnlijk vroeg gaat. Ik douche eerst heet en daarna ijskoud, drink thee uit mijn Stanleyfles en mediteer. We richten onze aandacht alleen op het gebied onder de neus. Door een klein gebied te kiezen wordt je geest scherper dan het Zwitserse zakmes van je grote broer. Daar zit het blijkbaar helemaal niet op te wachten. Ik dwaal iedere keer af. Ik verdwaal in wakkere dromen over vroeger en later. 

De hoofdpijn door het gebrek aan koffie is deze dag weg. Het gemis van de meiden is er wel nog. Wanneer het mij weer bij de strot grijpt krijg ik wederom hulp van de natuur. Ik zie een Robin (engels voor Roodborstje), het is mijn lievelingsvogel en tevens de naam van mijn allerliefste. 

“Hoi schat.” mompel ik zachtjes. 

Ik zie dennenappels als penissen in de grond gestopt. Hier is duidelijk iemand aan het werk gegaan. Wie zou het zijn? Ik lach en plant er zelf stiekem ook een paar. 

De omgeving is hier anders dan de bossen die ik normaal bewandel. Er heerst hier nog meer stilte. Ieder wezen lijkt dit te voelen. Zouden de dieren hier met ons mee doen? Ik zie deze dag meer natuur dan de dagen daarvoor. Ik spreek met mezelf af dat ik dit allemaal wil opschrijven. Misschien mis ik de mogelijkheid om te schrijven wel het meest. 

Zou ik je nog meer grappige feitjes vertellen? Heb ik de grijze bak trouwens wel langs de weg gezet?

Dag 3 Dromen? Nachtmerries?

Ik kom thuis. Ik zie mijn vrouw het bed delen met een andere man. Hij heet Marco en is er veel beter in dan dat ik dat ben. Dat kan ik heel goed zien. In de woonkamer tref ik mijn kinderen. Zij weten niet meer wie ik ben. Ik zie een paard op een hardloopband. Mijn vader danst voor mij, hij is blij met zijn nieuwe schoenen. Vijf katten vechten om mijn Instagramaccount. Ik signeer de kaft van een ongeschreven boek. Ik neem drugs, drink speciaalbier, en stop toch niet met de opleiding. Hoe zou het zijn om toch wel een baard te hebben? Gaat het wel goed met mijn jongste dochter? Stel je voor dat haar iets mankeert? 

Ik haal drie keer stevig adem en stap uit deze madness. Steeds als ik mij er zelf uit haal verzint mijn geest weer een ander verhaal. Ik verdrink in een golfslagbad van gedachten. Help! Waar is de stop? 

Die avond slaap ik iets minder lekker. Maar de spieren in mijn benen blijven nog rustig. Ik droom over dat ik droom.

Dag 4 Een luide broek.

Vandaag start om twee uur het echte werk. De eerdere dagen waren voorbereidingen op de techniek. De geest is nu scherp genoeg om een diepe chirurgische ingreep te ondergaan, om zo een hoop onzin te verwijderen.

We scannen ons lichaam met een ring van aandacht. Er lopen vanuit mijn schedel overal mieren op mijn lichaam. Soms voelt het alsof mijn benen branden. Ik voel pijn, druk, benauwdheid, kriebels, tintelingen, golven, kortom ik voel allerlei sensaties.

Oh, ik moet mijn verkeersboetes nog betalen. Wat? Een yogaleraar die te hard rijdt? Dat kan toch helemaal niet? 

Mijn geest is nu zo scherp dat ik de biochemische processen voel die er continu plaatsvinden. Ik ga helemaal aan. Ik was vergeten hoe bijzonder dit was. We leren gelijkmoedig te blijven.

Steeds als ik anicca (gelijkmoedigheid) beoefen, loopt er iemand langs met een ontzettend luide broek. Hoe kan je nou z’n luide broek aantrekken tijdens een stilteretraite! Waar is het fatsoen? Ik besluit bij thuiskomst een klacht in te dienen. 

Dan denk ik weer aan Robin. Steeds maar aan die mooie vogel. ´s Nachts raak ik in paniek wanneer mijn benen onder stroom staan. Steeds als ik wegval trap ik mijzelf wakker. Dit dan drie uur lang.

Shit! Heb ik wel genoeg batterij op mijn telefoon voor op de terugreis?

Dag 5 Sandwich.

Iedere ochtend is het kraakhelder. Zo ook deze ochtend. Het is al licht wanneer ik buiten sta. Ik ging nadat de Chirurg (op dit moment ben ik echt zijn naam vergeten, maar hij heet Piter en is heel aardig) het licht aan liet weer mijn bed in. 

Terwijl de manager op de gong slaat vertel ik hem over mijn nacht, en mijn vorige nachten tijdens vorige cursussen. 

“I don´t think this is for me. My legs are crazy. I think i need my tv and netflix account.” 

Later zit ik in kleermakerszit voor the teacher. Zij is magnifiek. Ik geef aan wat mij overkomt en dat ik naar huis wil. Ik kijk in haar ogen en voel mij gelukkig. Er is hoop. Ik ga door. Vanaf die dag krijg ik iedere dag een broodje met groente terwijl de rest aan het citroenwater zit. Oh ja, ook nog kamillethee voor het slapen gaan. En het regent weer, ieder avond huilt de wereld. 

Morgen vraag ik voor de grap om een Bic Mac.

Dag 6 Geluk, kotsen, synchroniciteit.

Iedere dag voel ik mij fantastisch verschrikkelijk. De ene keer lach ik om de schoonheid van het bestaan, de andere keer kots ik op alles dat met mijzelf te maken heeft. Ik ben steeds duizelig. Het lijkt op dat ene biertje teveel, maar dan zonder dat zware gevoel. 

Zou ik naar huis gaan? Ja ik ga. Ajax speelt volgens mij. 

Het is vreemd om tussen allemaal hongerige mensen een behoorlijke sandwich te nuttigen. Sommigen staan op wanneer ik naast ze kom zitten. Ik wil ze uitleggen hoe het zit, maar open alleen mijn mond wanneer ik van het broodje hap. De volgende dagen laat ik dit los. Ik geniet van de broodjes. Ik stop met de veroordeling.

Mijn benen doen ondanks de stoel, de broodjes en de thee nog steeds raar. Ik schrijf mijn naam op de tweede plek van de interviewlijst. Ik vertrouw dat spastische gedoe niet. Of is dit echt nog het vuil dat uit die dirty mind van mij komt? Met mijn duim veeg ik toch weer mijn naam uit. 

De rest van de dag denk ik nare gedachten die mij vertellen dat als ik thuis ben, Robin mij verlaat. Ik zie alle momenten dat ik haar slecht behandelde langskomen. Ik vergeet ook nu dat dit een teken kan zijn dat er allemaal oude rommel uit mijn brein verwijderd wordt, ik vergeet gelijkmoedig te blijven en geloof het. Tot het einde van de avond, hang ik in deze vibe. 

Voor de laatste meditatie kijk ik nog een keer op de interviewlijst. Op de plek waar ik eerder mijn naam schreef staat nu toch nog een naam geschreven. Er staat Robin. Ik lach en stop met piekeren over iets dat niet bestaat. 

Dag 7 Tijd? Winter? Sneeuw.

Welke dag is het eigenlijk? Hoe zou het met de meiden gaan? Gaan ze naar school vandaag? Of is het weekend? En met jou? Hoe gaat het met jou Robin? Steeds als ik aan je denk zie ik een roodborstje. Er lijkt steeds meer synchroniciteit tussen mij en de natuur plaats te vinden.

Er zijn vandaag vier seizoenen op een dag. Ik dacht dat de winter niet meer bestond, maar hier in sprookjesland nog wel. Het sneeuwt, eerst nat en zacht en daarna steeds witter en harder. Tijdens de theepauze kruipen mensen voor de ramen. Moeder Aarde is op tv en wij bingewatchen naar de sneeuwvlokken.

´s Avonds sneeuwt het nog steeds. Het was hier al stil, de witte deken die de grond bedekt maakt het nog stiller. Het krakende geluid van voetstappen in de verse sneeuw maakt me blij. Ik voel de kou door het rubber van mijn schoenen heen. 

Wist je trouwens dat sneeuw eigenlijk geen kleur heeft? Het is net als regen doorzichtig. Het  absorbeert een klein beetje zonlicht en dat geeft het een witte kleur. Maar hoe zit dat dan ‘s nachts? 

Dag 8 Paniek, relax, go rest.

We scannen nog steeds ons lichaam. Het is bijzonder hoeveel ik momenteel voel. Op een gegeven moment lijk ik helemaal op te lossen en alleen maar te bestaan uit trillingen. Ook hier mag ik geen waarde aangeven. Deze staat is echter zo prettig dat het mij ook trots maakt. En precies na dat moment is het weg. De pijnen komen terug. Ongelooflijk, zulke pijnen op een stoel. Hoe zou het zijn om net zoals de rest op de grond te zitten? Doe ik het wel goed?

Deze ochtend is de sneeuw blijven liggen. De plasjes regenwater zijn bevroren. Als ik uitadem komen er wolkjes uit mijn mond. Ik kijk naar schaatsende vogels, ik kijk naar mensen die naar schaatsende vogels kijken. Die middag komt de regen. Voor het eerst in mijn leven hoor ik verschillende regendruppels. Daarvoor zag ik regen altijd als één geheel; zo klonk het dan ook. Deze middag op het bed in mijn kamer hoor ik de druppels één voor één vallen.

Die avond tijdens de laatste meditatie zit ik toch weer op een stoel. Ik zou vriendelijker voor mezelf zijn. Mijn benen beginnen te bewegen. Ik kan er niks aan doen. Ze klapperen alle kanten op, mijn rechterarm doet ook raar. Ik denk dat ik iets mankeer en loop aan het einde naar de teacher. 

“Go rest. Relaxt. If you need the manager you can go to him anytime. If we need to take action we will do it. For now. Go rest.”

Oh ja, ik zag deze dag nog twee eekhoorns. Ze speelden tikkertje voor mijn neus. Het voelde anders dan de eerste eekhoornontmoeting. Mijn hele lijf vulde zich met smileys. 

Dag 9 Relaxt. How does your body feel?

De teacher vraagt of ik nog even bij haar wil komen. Ik ben verliefd op haar kalmte. Ze is zo rustig en ze lacht de hele tijd. Ze geeft aan dat ik nog meer mag relaxen. Ze zegt me dat als het nodig is ik mijn rust moet pakken, en dat ik mij geen zorgen hoef te maken om wat de anderen over mij denken. 

De eerst daarop volgende meditatie valt het kwartje. Tijdens de bodyscans ben ik zo mijn best aan het doen dat ik mij iedere keer aanspan wanneer ik mij concentreer. Normaal doe ik dit waarschijnlijk ook, maar wanneer je tien uur per dag, waarvan drie uur per dag er geen bewegingen gemaakt mogen worden, dit van jezelf vraagt is het logisch dat het lichaam op een gegeven moment op tilt slaat. 

Die middag ben ik weer met haar ogen in gesprek. 

“Do you reconize this in daily life? Everytime you tense up, remind yourself kindly. Relaxt, how does your body feels?” 

Ik huil tijdens de volgende meditatie. Ik huil harder dan het regenen kan. Ja ik herken het. Ik doe altijd mijn best, altijd maar. Nu ook. Tijdens dit schrijven ook. Overmorgen waarschijnlijk ook.De meditatie uren daarna zijn er steeds momenten dat ik het herken en mijn hele lijf laat ontspannen.

Het zitten op de stoel zie ik nu niet meer als falen. Ik ben nu pas niet meer bezig met al die mensen in lotushoudingen die al die tijd als standbeelden aan de grond genageld zitten.

Dag 10 Herrie.

De edele stilte komt ten einde. Dat is een heel raar moment. Ik ga het eerst nog even uit de weg en meng mijzelf in de natuur. Ik kijk naar dauwdruppels die grassprieten doen buigen en luister naar de stilte. 

Wanneer ik eenmaal begin met praten heb ik gelijk door hoe erg ik mijn best doe. Iedere keer als ik praat span ik mijn hele lichaam aan. Serieus? Doe ik dit normaal gesproken de hele dag? 

Iedereen deelt. Er wordt veel gelachen. Mijn normale drempel om contact te maken is weg. ‘s Avonds praten de Chirurg en ik over mijn prostaat. Er is natuurlijk niks aan de hand. 

Hoe zou het gaan met mijn moeder? Zou mijn vader dit ook kunnen? Dit zou ook een mooie ervaring voor hun zijn. Heel de planeet mag van mij een cursus als deze ervaren.

Dag 11 Taxi, gezin en gelijkmoedigheid.

Tien dagen gelijkmoedigheid trainen zitten erop. Vandaag mag ik eindelijk naar huis. Het was mooi. Ja Belgisch Limburg, u bent prachtig. Met uw heldere ochtenden, stille natuur, fijne vibraties, eekhoorns, vinken, bonte spechten, roodborstjes, enorme bomen, op donatie gebaseerde omstandigheden, dennenappels, mooie mensen en vrije vlakten. Oh wat had ik het zwaar, oh wat was het wonderlijk.

De Chirurg en ik schreven ons de dag daarvoor in voor de taxi. Na het glimlachend schoonmaken van de mannentoiletten wacht ik wederom op een taxi. Dit keer leun ik tegen het gebouw waar meer dan twintig man twaalf dagen lang eten voor ons maakten. 

De taxi staat er, ik zie nog geen Chirurg en zoek hem op. Ondertussen is de taxi vertrokken. We wachten met een klein groepje mensen op de volgende taxi, die pas een uur later arriveert. De eerste test om gelijkmoedigheid te beoefenen heeft zich aangediend. 

Dan loopt er een groepje mensen langs. Ik vraag ze of ze nog een plekje hebben. Dit omdat er één iemand enorm baalde van het missen van de taxi. Ze hebben nog één plekje richting Amsterdam. De Chirurg en ik kijken elkaar aan. 

“Ga jij maar,” zegt hij.

“Nee hoor, neem jij hem maar. Jij woont er tenslotte.”

We knuffelen. Voor even doet het pijn. Mijn ego krijgt een dreun. Voor even luister ik weer naar die Mart Smeets in mijn kop. Alleen duurt dit vele malen korter dan normaal. 

Vier uur later knuffel ik mijn vrouw, en die heerlijke, prachtige kinderen van ons. Ze zijn allemaal veranderd. Ze zijn allemaal blij. Ik ook. I’m happy as fuck. 

Ook al weet ik dat dit ook weer voorbij gaat. 

Anicca, anicca, anicca.

Lees meer:

Een stukje over meditatie.

Een stukje over Kobe Bryant.

Een stukje over stilte.