Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Tijdlijn

Ik ben momenteel bezig met het schrijven van een tijdlijn. Het is een huiswerkopdracht voor het vak therapeutische vorming en ik kan je zeggen, het werkt behoorlijk therapeutisch. Alsof ik bij mezelf op de bank lig maar dan zonder Netflix. Ik graaf in mijn geheugen als een mol die graaft naar een beter bestaan. 

Het valt mij op dat ik veel meer trauma opschrijf dan blijdschap. Dat is vreemd want ik durf van mezelf te zeggen dat ik over de gehele linie een tevreden mens ben. Meerdere tranen vallen op de mat in de gymzaal; het is er stil tijdens het tussenuur en ik maak contact met de pijn die zich al jaren heeft verstopt in mijn lichaam. 

Ik zie een jongere Josse en neem het knaapje met bloempotkapsel op schoot. Hij is boos, verdrietig en voelt zich onbegrepen. Bij je moeder in de klas zitten kan leuk zijn, maar het werkte niet. Ik wilde alles oplossen en dook er bovenop, nog voordat mijn moeder de kans kreeg haar stempel op de groep te drukken. Uiteindelijk ging ik naar een andere groep op de dagen dat mijn moeder les gaf en dit doet dus blijkbaar nog pijn. 

De volgende morgen, midden in mijn ochtendritueel, hoor ik een luid agressief geblaf, kort daarna een hartverscheurend gejank met daaropvolgend een vloekende grote man, die bij het zien van het brandende licht van onze woning zich voortvluchtig door de straat beweegt. Met mijn hardloopkleding al aan weet ik niet zeker of ik wel in het donker naar buiten wil. Misschien heeft hij wel gezien dat ik hem zag. Misschien verkoopt hij mij ook een rotschop wanneer ik rennend door de straten ga. Wat moet ik doen? Bel ik de politie? Ik weet het niet, dus schrijf ik over en staat het hier wat onsamenhangend tussen.

In het donker ren ik langs plekken die ook in mijn tijdlijn voorkomen. Ik ren langs de sloten waar we vroeger karpers vingen, langs de supermarkt waar ik een periode een kilo snoep per week jatte, over de stoeprand waar ik met mijn slaap op landde en een hersenschudding van kreeg, langs de voetbalvelden waar ik schitterde als driftkikker en de douches waar ik mij nooit veilig voelde. Het wordt een tocht waarbij de zweetdruppels die mijn lijf verlaten synoniemen zijn voor (kleine) trauma’s uit mijn jeugd.  

In de gymzaal kom ik Stella tegen. Ze roept heel hard: “Daar is mijn papa.” Mijn zenuwen zijn gelijk weg. Van te voren voelt het verkeerd. Wat als ze niet naar me luistert? Of alles voor mij wil oplossen?  Ik wil haar precies zo houden zoals ze is, zonder mijn gejank er tussen. 

Tijdens de les ben ik dit allemaal vergeten. Ik geniet van haar ondeugende hoofd en stralende ogen. Ze fladdert alle kanten op, als een vogeltje dat net het vliegen ontdekt heeft. Het valt mij op dat ze met de boeven van de klas omgaat. Ik pik ze er zo tussenuit. Deze periode wordt een fantastische reis. Het liefst ga ik met haar mee, maar dit is een enkeltje, speciaal voor haar.

Mijn moeder is ook in de zaal. We hebben veel oogcontact en lachen dan. Zij is echt de beste juf die ik ken. Ze hoeft maar een beweging te maken en alle boeven staan bij haar in de rij. Wauw, wat een kalmte en toch zo duidelijk. Mijn oude juf, nu de juf van mijn kind, mijn moeder, hun oma, ze is het allemaal.

Zonder haar was er geen tijdlijn. Zonder haar was er niks. 

Lees meer:

Een stukje over het opdoen van inspiratie.

Een stukje over de (laatste) verjaardag van mijn vrouw.

Een stukje over een pathologie tentamen.