Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Surf

‘s Avonds kan ik moeilijk de slaap vatten. In gedachten al bezig met de volgende dag. Tijdreizen kan wel degelijk in het menselijk brein. Dit noem ik: backtothefutereën. Ondanks weinig slaap ontwaak ik voordat de wekker gaat. Als een matroos die zijn kapitein hoort brullen, direct naast mijn bed. Mijn enthousiasme maakt korte metten met de moeheid. Vandaag gaat er gesurft worden, eindelijk, eindelijk.

Surfen ontwaakt het innerlijke kind in mij. Ondanks al die keren ondergedompeld te worden in het bruine sop van de Noordzee, voel ik nog steeds spanning vooraf. Kinderlijke emoties deinen als golven tegen de randen van mijn binnenste.

Surfen is spelen vanuit het hart.

Onderweg is er altijd haast. Childish Gambino klinkt luidt uit de speakers. Omkleden zonder blik op de zee. Deels omdat je geïnformeerd bent, grotendeels om de kans van een teleurstelling te ontlopen. Eenmaal het pak aan moet je er wel in. Wanneer ik wél eerst check kom ik het liefst niemand tegen. Lichaamstaal verraad de kwaliteit van de golven. Sommigen kunnen de teleurstelling of vreugde niet voor zichzelf houden. Als een ongevraagd bord spruiten wordt het bij je naar binnen gepropt.

Jij mompelt met je mond vol:

‘Bedankt hoor.Heb je nog wat appelmoes?’
'Appelmoes?’
‘Ach man, laat ook maar.’

‍Door de warmte is mijn lijf nat van het zweet, door het gebrek aan golven is het pak kurkdroog. Droog rubber en een plakkerig lijf, ieder die aan veilig vrijen doet snapt dat dit niet werkt. Waar is het glijmiddel als je het nodig hebt? Als een rups die weer terug zijn cocon in wil, stop ik mijn lijf in het pak.

Bovenaan de duinen leunt de wind wat lafjes tegen mijn gezicht, af en toe ontvang ik een rechtse stoot, kracht vier, ik lach erom. Het ziet er helemaal niet verkeerd uit. Rennend, langs een gevulde strandtent, naar beneden. Vaders met kinderen en smartphones, de hashtags vliegen mij om de oren.

Op de peak (waar de golven breken) liggen twee handen vol met surfers. Honderd meter verder loopt ook een golfje. Ik trek een sprintje en duik buiten adem het water in. De golven spoelen de norsheid van mij af en vernieuwen mijn gemoedstoestand. Relaxt peddel ik richting de line-up, af en toe steek ik mijn hoofd in het water.

Eerst naar beneden, daarna naar boven en dat met enorme snelheid, de kracht van het water, vallen, van je board gelanceerd worden en eindigen met een snoekduik. De golf voorbij, ik gil en bal een vuist. Zo pak ik er nog een paar. Ik zing, groet een zeehond en trek gekke gezichten. In de zee, in mijn element. Mijn lijf bestaat uit 90% water, natuurlijk ben ik blij.

Dan even geen surfbare golven. Direct twijfel in mijn kop. Moet ik dan toch die andere kant op? Naar al die andere surfers?  Lig ik nog wel goed? Zie ik daar een haai? Ik peddel wat tegen de stroming in. Al vrij snel geeft de natuur mij waar ik naar hunker. Weer een paar golven. De zon op mijn gezicht trekt mijn huid strak, mijn lijf verzuurt. Ik ga tot het gaatje, mijn armen voelen als twee porties afgekoelde havermoutpap.

Aan het einde gaat het vaak mis; op het moment dat ik nog één golf wil surfen en meer wil. Dan bindt meneer Perfectionisme met zijn leash een strop om mijn nek en is de kans groot dat hoe fijn mijn sessie ook was, ik daarstraks bungel; genekt door ontevredenheid. Alleen we worden ouder en wijzer. Dit keer pak ik een golf, die was mhaw, maar ik nam er genoegen mee. De strop kon ik de das om doen door te zeggen:

‘Het is goed zo.’

Met een moe lijf kom ik thuis en speel ik de rest van de dag met mijn meiden, met de zon als glimlach op mijn gezicht.

‘Papa surfen op de oceaan?’
‘Ja ik ging surfen. Papa is blij.’

‍Dit soort stukjes op de mail ontvangen? Je kunt je hier aanmelden. Ondertussen is er een boekje verschenen. Je kunt het hier bestellen.