Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Wanneer komt die dag, dat dieren zoals Sudan, niet meer beroemd zijn?

Neushoorn Sudan, de laatste in zijn soort, is niet meer. Sudan was vijfenveertig, woonde in Kenia en groeide in de laatste jaren van zijn leven uit tot een beroemdheid. De neushoorn is overleden aan ouderdomsverschijnselen.

Ik lees het en voel maar één ding: verdriet. Het is alsof zijn hoorn door mijn emotionele mannelijke masker boort en een bron van bedroefdheid los wrikt.

Een beroemdheid. Daar is het natuurlijk al misgegaan. Zijn beroemdheid was gericht op eenzaamheid. Zijn ogen lieten niets anders zien dan de weerspiegeling van de misdaden die wij als menssoort met onze volle, belangrijke agenda’s veroorzaakten.

Op een dag als deze voel ik mij een misdadiger. Door mijn behoeften ben ik in een cocon gaan leven. En ontwikkelde ik mij tot een gierige fladderaar. Waarom vind ik al die tijd mezelf zo belangrijk? Waarom heb ik er niks aangedaan? Had ik überhaupt wel wat kunnen doen?

Veganistische maaltijden smaken vandaag naar MacDonaldsbroodjes. Wat voor zin heeft het?  Wanneer we afscheid moeten nemen van een prachtig beest als neushoorn Sudan. Ik voel me hopeloos.

Ik schaam mij vandaag voor mijn soort. Ik schaam mij voor mezelf. Dat ik door mijn belangrijke zelf, in alle haast mijn portemonnee op het werk vergeet. Ik haat het, dat wanneer ik toch een poging doe mijn stem uit te brengen, dit niet mogelijk is omdat ik geen geldig papiertje bij mij heb.

Niet dat mijn stem, Sudan zou terugbrengen, maar toch. Uitgerekend vandaag.

Vandaag huil ik. Ik kan er niet mee stoppen. En dat is het enige waar ik content mee ben. Het is het minste wat ik kan doen voor Sudan en waarschijnlijk ook het laatste dat ik doe.

Want zeg nou eerlijk. De dagen zullen straks weer ‘’gewoon’’ zijn. Een paar weken verder en alles draait weer om ons. Dan ruzie ik met anderen om een parkeerplek. Dan pieker ik over wat ik op mijn brood wil. Dan maken wij ons druk om bonusaanbiedingen.

Wanneer komt die dag, dat dieren zoals Sudan, niet meer beroemd zijn. Dat zij onderdeel zijn van de dagelijkse sleur. Waarin het soort gewoon wordt, waardoor we ze net als bomen en de koolmeesjes soms vergeten.

Zou dat niet fantastisch zijn? Stel je voor: je hebt even een moment van helderheid, je snuift een flinke scheut verse ochtendlucht naar binnen, je opent je ogen en je ziet, wat er allemaal voor moois om ons heen leeft en groeit. Dat je op dat moment dan zijn soort wel ziet staan.

‘’Oh ja, verrek. Jezus mina. Er staat een neushoorn in mijn tuin. Godverdomme, wat is de wereld toch verrekte mooi.’’

Vandaag geloof ik hier niet meer in. En prikken mijn wangen van hartenleed. Vandaag ben ik voor één dag verkouden en zijn mijn ogen verdrietig.

Net zoals de ogen van Sudan. Die al jaren van de eenzaamheid, somberheid zagen...

Lees je deze stukjes graag? Je kunt je erop abonneren. Binnenkort verschijnt mijn boek: ‘Een poëziealbum van een schatzoeker’, memories van een vader, idealist en wereldverbeteraar.