Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Spierpijn

Sinds maanden word ik wakker met spierpijn. Het was een vreemde gewaarwording in de sportschool: je moest een plekje reserveren, er stond een rij en ik mocht alleen in bepaalde richtingen met gewichten spelen. Bij genoeg calorieën mocht je de zaal weer verlaten, maar alleen wanneer je eerst via een app liet weten dat je ergens anders naartoe ging.

Spierpijn is meer dan welkom. Het dragen van deze pijn maakt mijn leven net iets zinvoller. Iedere keer dat ik met een van mijn kinderen praat, speel of stoei, word ik eraan herinnerd. Alsof mijn lijf steeds roept: u heeft wat nuttigs gedaan, u heeft wat nuttigs gedaan!

De rest van de dag lees ik meerdere malen het eerste rapport van Stella. Ik lees het op de wc, op de bank, ik zing het door de straten en lees het aan beide meiden voor. En dat laatste is nog het mooiste.

Ik herken mij in wat ze over haar schrijven. Het fijne aan deze school is dat het rapport eerder als een dagboek leest dan als een beoordelingssysteem. Ik ervaar trots. Woorden als: creativiteit, eigenzinnig, op haar eigen manier doen, ontroeren mij. Bij het zien van mijn tranen beklimmen de meiden mij als een berg van een vader, met rotsen als armen hou ik ze stevig vast.

Er is ook angst. Hoelang blijven ze nog zo puur? Zo dicht bij zichzelf? Of zullen ze op een dag net zo onzeker zijn als ik kan zijn?  Wat als ze straks net als zoveel anderen het contact met zichzelf verliezen en maar meedoen met de rest?

Dat is iets wat mijn vaderhart angst in brengt. Daar wil ik beide meiden voor behoeden. Goed, het beste wat ze dan kunnen gebruiken zijn twee voorbeelden die zeker in hun schoenen staan. 

Bestaat er wel zoiets als zekerheid? Ik geloof amper dat wat er momenteel allemaal speelt ook daadwerkelijk gebeurt. Rellen? Protesten? Duizenden dieren die sterven om vervolgens voor ons vermaak in een koeling te belanden? Zwart? Wit? Sinterklaas? Een pandemie? Dit kan toch niets anders dan een slecht poppentheater zijn?

Maar ook dat er twee kinderen zijn waar we voor mogen zorgen, dat ze er überhaupt zijn, dat ze meisjes zijn, een goed werkend lijf hebben waar miljoenen processen iedere seconde op elkaar aansluiten en ervoor zorgen dat ze zo prachtig door het leven huppelen en naar mij kijken en dan een vader zien. Het voelt soms zo onwerkelijk dat ik mijzelf knijp, auw roep en weer even wakker geschud wordt. 

Met wakkere ogen kijk ik nog een keer naar ze. Ze spelen in een zelfverzonnen wereld door de woonkamer. Er zijn tijgers, prinsessen, grote bomen. Ik mag ook meedoen en betreed graag hun wereld zonder ellende. Alleen de spierpijn haalt me uit het moment. Ik word steeds herinnerd aan hoe nuttig ik wilde zijn.

Lees meer:

Een stukje over de camping.

Een stukje over mijn twijfels over de tijd.

Een stukje over de allermooiste.