Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Spelen vanuit het hart

Zaterdagochtend, 07:48 uur. Op mijn telefoon verschijnt een appje.

‘Heuphoog, hoogwater, lekker weer. Ik eet mijn broodje met Speculoos en duik erin 💪.’

Zodra het lekker weer is verschuift de norm. Het zomerse weer verzacht de pijn van de middelmatigheid in Nederland. Je bent je bewust van de grote kans op flatspell (geen golven), dus pak je wat je pakken kan.

In de verte is er beweging, alsof er een klein heuveltje zich verplaatst. Geleidelijk komt het richting de kust. Door het contact met de bodem komt het omhoog. Het probeert de één van de meeuwen te pakken, en dan slaat het bruisend om richting de kust. Zoals alles in de natuur is er een continu proces van leven en dood. De golven komen en gaan. Wij mensen zijn niets anders dan dit. Wij zijn de natuur, een verzameling moleculen, die leven, botsen, sterven en daardoor vergelijkbaar met een golf. In ons zit water, wij zijn van de zee. Vlak voor het omslaan van de golf spring ik op mijn board en laat mij meenemen door de natuur. Een magisch, uniek gevoel. Het is spelen vanuit het hart, voor jong en oud.

‘Het is even wachten, maar er zit wat leuks tussen.’
‘Heb je een zacht kussen?’ antwoord ik verbaasd. ‘Sorry, ik hoor je niet goed.’

Ik wijs naar mijn oordoppen en glimlach. Hij geeft me een middelvinger en herhaalt het nog één keer.

‘Geduld is een schone zaak,’ reageer ik.

Met ieder golfje dat ik pak duikt mijn ego ook het water in. Als ik niet oppas ben ik meer bezig met mijn ego dan met het spelen. Laat ik er maar een les van maken. Bewustwording, steeds maar weer bewustwording. Daar houdt het niet van. Een soort grote broer die alleen door aanwezig te zijn het gedrag van Ego verandert. Geduld is hier een schone zaak. En dat resoneert zo mooi met het surfen. De zee past zich niet aan naar mijn wensen. Daar heb ik het mee te doen. Wat betekent dat je wacht en het later nog een keer probeert.

Wanneer ik klaar ben, dobbert mijn vriend nog even verder. Hij roept iets wat ik niet versta, ik reageer met een lach en klim omhoog via het duin. Hier pak ik de laatste training van vandaag: een sprintje omhoog zorgt ervoor dat ik met brandende longen, bovenbenen en borst bovenaan de berg met zand sta. Terwijl ik daar op die berg sta, kijk ik tevreden naar beneden. Ik bedank de zee, ik bedank mezelf.

Ik bind een klein handdoekje om mijn middel. Onder de warmte van de zon wurm ik mij uit het pak. Het zout van de zee prikt mijn gezicht. Een verkeerde beweging en ik geef een gratis peepshow weg. Er komt een een auto aangereden. Opa, Oma en kleinkinderen stappen uit.

‘Ieder draagt zijn eigen troep,’ zegt opa.

Ik begrijp de opmerking in eerste instantie niet. Wanneer er een bolderkar, windscherm, verschillende soorten speelgoed, handdoeken, kleding, boeken, stoeltjes en een gevulde koeltas van de AH voor de auto staan uitgestald, doe ik dat wel.

‘Zijn er wel golven?’
‘Het was best leuk, lekker weer, zaterdagochtend.’
‘Ja het waait inderdaad lekker.’

Dat de wind er weinig mee te maken heeft wuif ik weg. Oma is zwaar van postuur. Haar armen zo groot als zeehonden. Ze klinkt lief en zorgzaam, zoals oma’s kunnen klinken.

‘Dit wordt een paar keer lopen!’ roept opa die aanstalten maakt om de eerste lading naar boven te brengen.
‘Neem de tas met eten eerst maar mee, het is belangrijk dat we goed eten,’ zegt oma.

Ik wil zeggen: Geduld is een schone zaak, maar doe dit niet, de tijd drukt op mij, met een tikkeltje haast rij ik richting huis.

Dit soort stukjes op de mail? Je kunt je hier aanmelden. Ondertussen is er een boek verschenen. Het poëziealbum van een schatzoeker, memoires van een vader, meester en idealist. Je kunt het hier bestellen.