Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Schrijfcursus deel twee

Al zeven weken scan ik het bureau van onze docente. Voordat mijn werk besproken wordt, kijk ik of ik al iets van een glimp kan opvangen van het commentaar. De huiswerkopdrachten liggen ook deze keer keurig gerangschikt op het bureau. Ik herken ondertussen de manier van becommentariëren en ik meen een krul bij een van mijn stukken te zien. Verder zie ik vanaf mijn plek geen rode strepen of gekras, dit belooft een fijne afsluiter te worden. 

‘Dan gaan we nu naar het werk van Josse.’

Mijn ego doet een sprongetje, denkend aan de krul van eerder. Desondanks giert de spanning door mijn lijf, die hardnekkige identificatie ook. Vertel me alsjeblieft hoe ik hier afstand van kan doen.

De docente pakt haar stapel papieren, legt het op een andere volgorde neer en tovert een ander blad tevoorschijn. Ik zie vooral veel rood en nergens meer die prachtige krul. Ze vat het verhaal samen, ik herken er niks van. In mijn hoofd klonk het anders, completer, af. Ik leg uit hoe het zit, de rest van de klas heeft het ook niet begrepen. Voor even heb ik het idee, dat zij het fout hebben. Wanneer ik in de pauze zelfs de toiletjuffrouw bij mij krijg kan ik niets anders dan erkennen dat er gewoon niks van klopt.

Jij had toch besloten schrijver te worden? Waarom schrijf je dan van die rommel? Stop er maar mee.

Wanneer de volgende verhalen worden besproken kost het mij moeite om te luisteren. De eerdere situatie staat op repeat en de geluiden om mij heen blijven van de ander; niks komt nog binnen. 

Omdat het de laatste les is, stoppen we wat eerder en belanden we op het terras. We praten over de cursus, bekende schrijvers en toekomstplannen. Een van de cursisten deelt zijn liefde voor garnalen. Ik leer dat er garnalen zijn die het beste gedijen in osmose water, dat ze zeventig euro per stuk kunnen kosten, en hoe ze het water filteren met hun waaiers. Ieder mens heeft zo zijn eigen interesses en prachtige eigenaardigheden. 

Aan de overkant lopen twee Aziatische toeristen. Een moeder en een dochter. De moeder past qua lengte twee keer in haar dochter. Dochter heeft een hoekig gezicht met veel make-up en draagt extravagante kleding.

“Wat was voor jullie de eye-opener van de cursus?” vraagt de docente.

Terwijl mijn medecursisten antwoord geven denk ik na. In stilte spreek ik uit: ‘Mijn ego. Dat het groter is dan al jullie Ego’s bij elkaar. Dat ik dacht schrijver te zijn, alleen veranderd ben in een gymleraar.’ 

De Aziaten lopen langs onze stoelen. De dochter kijkt uitdagend om zich heen, de kleinere moeder, behoedzaam als een soldaat in een oorlogsgebied. Dan pas snap ik het. De grotere is een man. Het is helemaal niet haar dochter, het is haar zoon. Vandaar dat extravagante, uitdagende, het ingevallen hoekige gezicht. 

Ik wil zeggen: ‘Kijk jongens daar loopt een verhaal. Het gaat over de liefde, over de band tussen moeder en kind. Een band zo sterk is dat ze hun spullen pakten, het ouderlijke huis verlieten, een grote reis maakten. Om vervolgens, met elkaar rond te lopen in een land waarin je alles mag zijn wat je wil zijn.’  Maar ik zwijg, het blijft een mentale notitie, meer niet.

In de trein lees ik het commentaar op mijn werk voor de zoveelste keer terug. Ik begrijp het nu en wil mijn tekst herschrijven. Mijn biertje valt om, ik zet het snel rechtop, waardoor het schuim het blikje uitstroomt en over de tafel in de volle coupé loopt. Snel ga ik opzoek naar een schoonmaakdoek, maar vind niks anders dan het ingeleverde huiswerk. Ik veeg er de tafel mee droog en gooi het doorweekte papier in de prullenbak.

Het is mooi geweest.

Lees meer:

Een stukje over fietsen door de regen.

Nog een stukje over de schrijfcursus.

Een stukje over hardlopen in de vroege ochtend.

Ik ben gestopt met social media. Wil je toch op de hoogte blijven van mijn schrijfwerk? Ik stuur ze wel nog via de mail. Je kunt je hieronder inschrijven.