Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

De week tegen pesten?

S. krijgt een ooglapje op, wordt piraat genoemd en slaagt met vlag en wimpel. Daarna tekent ze een portret van de jeugdarts, lost een rebus op en vertelt wat de covalentie van een koolstofatoom is.

Toch krijgen we het advies om met haar naar een logopedist te gaan. Wat ik in eerste instantie kan waarderen. Het is als hulp bedoeld. Tot zover gaat het prima; Ik ben fan. Daarna legt de arts van het consultatiebureau ons uit waarom. Ze vindt dat kinderen op de basisschool keihard zijn en dat S. nog wel eens gepest kan worden vanwege haar uitspraak.

S. gooit haar jas op de vloer van de peuterschool, groet iedereen, brengt haar perzik trots naar de fruitmand en duikt als een schoonspringster in het spel. Ze bouwt een winkel voor dieren, gespecialiseerd in paarden en nodigt drie van haar klasgenootjes uit om te helpen. Wij aanschouwen een rollenspel waar de meeste GTST-acteurs nog van kunnen leren.

Gepest worden? Zijn deze lieve kinderen over een jaar keihard en in staat om haar te pesten?

Mijn vrouw en ik doen pogingen om haar te groeten, een kus te stelen of op zijn minst een knuffel te krijgen, het is tevergeefs. Ze speelt en doet dat met al haar aandacht. Buiten zwaaien wij naar het klasje. Twee juffen zwaaien naar ons en drie kinderen naar hun ouders. S. heeft er geen tijd voor, gelukkig maar.

In mijn tijd als meester heb ik pestgedrag gezien. Ik zag hoe het als een virus een groep kon verzwakken. Het vreet aan het pedagogische klimaat binnen een school. Het kan daadwerkelijk een groep uit elkaar drijven en er voor zorgen dat het groepsgevoel verdwijnt. Het is belangrijk om op tijd te signaleren en het met veel liefde te behandelen. Alleen ben je dan al erg laat. Het is zinvoller om preventief te handelen. En dat vraagt om aandacht, sensitiviteit en bewustzijn van de leerkracht.

Een pestprotocol is gericht op pestgedrag. Er hoort geen week tegen pesten te bestaan. Er hoort een protocol te komen dat kinderen leert omgaan met emoties, gevoel, stress en ze begeleidt in het ontdekken wie ze zijn. Zodat onderlinge verschillen (triggers voor pesten) juist het groepsgevoel tegemoet komen i.p.v. tegengaan.

Al deze gedachten alleen maar omdat S. af en toe nog wat woorden op een andere manier uitspreekt?

Ik vind het een verkeerde manier van kijken naar het kind, het onderwijs en het eventuele pestprobleem. Waar is de liefde met deze suggestie? Kinderen die gepest worden hebben liefde nodig, maar kinderen die pesten ook. Wanneer jij pest heb je weinig zelfliefde en heb je ook hulp nodig. Geloof me, ik spreek uit ervaring.

Aan de intenties van scholen ligt het niet. Wel heb ik mijn bedenkingen over de aanpak. Het groepsgevoel hoort op één te staan. Er zijn veel manieren  om dit op een boeiende en liefdevolle manier te bewerkstelligen. Denk aan yoga, meditatie, mindfulness maar misschien nog wel het belangrijkste: tijd.

Als leerkracht hoor je tijd te krijgen om aandacht te geven aan het sociale proces in een groep en binnen de school. Zonder tijd, geen aandacht, en dan kun je er nooit op gevoelsniveau zijn.

Leren je gevoel te voelen hoort een vak te zijn. Zodat we stoppen met rennen voor vervelende emoties en leren accepteren dat deze gevoelens ook bij het leven horen. Zo werk je een sfeer in de hand waarbij ieder gevoel er mag zijn. En je als groep met elkaar in staat bent iemand die zich even wat minder voelt de aandacht te geven die het dan nodig heeft.

Het consultatiebureau, schoolstichtingen, de overheid, het wordt tijd om samen te werken. Jullie zijn een team en willen – als het goed is – het beste voor de kinderen. Dit lukt alleen wanneer jullie behulpzaam zijn en naar elkaar luisteren.

Een mooi moment om samen een yogales te volgen.

Nooit meer een stukje missen? Meld je aan voor mijn mailing. Zonder reclame rechtstreeks je mailbox in