Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Pathologie

Voor het komende tentamen verdiep ik mij in de pathologie. Het gebrek aan een zorgvuldige planning is al enigszins ziekmakend want mijn cortisolgehalte stijgt met de dag. De vakantie maakte van de planning een gatenkaas en ik vergat haast dat ik een studie volgde. Normaliter start ik eerder, dat geeft meer zelfvertrouwen dan dit. Ondanks dat ik gemiddeld een acht en half sta, blijft er twijfel over mijn cognitieve vaardigheden.

Ik lees tientallen bladzijden over bacteriën, infecties, huidproblemen, ebola-virussen en kanker. Ik bestudeer plaatjes met pustels terwijl ik mijn havermoutpap naar binnen werk en mijn lijf voorbereid op een fysieke aanslag. In januari loop ik namelijk een halve marathon en ik ben van plan hier één uur en iets van veertig minuten over te gaan doen. Ik had een sportief doel nodig om het zomerse feestpatroon te doorbreken, en zodoende loop ik met steeds meer plezier hard.

Het lezen over ziekten is voor een gevoelig persoon een afrader. Ik raad het je ook niet aan wanneer je gauw het idee hebt dat alles om jou draait, of wanneer je veel liefde voor je medemens en geliefden ervaart. Het is dan ook, keer op keer een opgave om dat Medische handboek van 1900 pagina’s open te slaan. Veel woorden komen niet binnen. De letters dansen op de graven van geliefden die nog helemaal niet begraven zijn.

Iedereen gaat eraan. Al mijn geliefden krijgen, wanneer ik er over lees een bepaalde ziekte, aandoening of een of ander dodelijk virus. Wanneer mijn fantastische vrouw hoest, kan ik het niet laten om in één of ander doemscenario te stappen. Pas wanneer ik mijn lijf op uithoudingsvermogen uittest, is het stil. Het lopen brengt mij in een staat alsof ik weer in mijn moeders armen lig.

Het hoofdstuk over kinderen sla ik in eerste instantie over. Ik besluit mezelf dat niet aan te doen. Misschien, wanneer ik wat minder hypochondrisch gedrag vertoon, het nog mijn netvliezen passeert. Voor nu ga ik voor een zes, het cijfer dat mijn middelbare school domineerde, en voor een keer meer dan welkom is tijdens deze prachtige studie.

Onder de afspraak van de reumatoloog probeer ik telefonisch uit te komen. Het ging om de uitslag van een bloedonderzoek. Helaas zien ze geen andere manier dan dat ik langs moet komen, waardoor ik mijzelf afvraag of ik wel gezond ben. Zouden al die zorgen en dat lage zelfbeeld een agressieve tumor achterlaten? Ik heb immers al zo lang last van mijn lies.

“Beste Josse, gaat u maar even zitten.”

Ik gehoorzaam en neem plaats. Op het bureau staat een doos met tissues en een gezinsfoto van de arts voor mij.

“Uw bloed onderzoek…”

Ze wordt onderbroken door de telefoon. Aan het gesprek kan ik horen dat het een collega is. Ze maken grapjes en hangen lachend op. 

“Goed. Uw bloedonderzoek is prima. Geen reuma. U bent een gezonde man. Heeft u wel eens nagedacht over psychische hulp?”

Ja natuurlijk had ik dat al eens gedaan, alleen wat had dat te maken met dit bezoek. 

“Kan dat ook telefonisch?”
“Wat bedoelt u?”
“Psychische hulp.”
“Nee dat kan alleen op locatie, in gesprek, face to face.”
“Ook niet via de app?” (zie vorige tekst)
“Nee meneer, ook niet via de app.”
“Oké. Nee dank u. Laat dan maar zitten.”

Thuis, in de boeken worden de pijnen die ik ervaar vervangen voor mogelijke symptomen die ik tegenkom in het hoofdstuk over polio. Redelijk houterig sta ik op om het boek voor de zoveelste keer op te ruimen. Op dat moment kan ik voor het eerst deze week de situatie even kort overstijgen. Ik bevind mij op een afstandje, een blik waarin tijd niet bestaat. 

Wat een drukke boel maak je er toch van. Stop daar maar mee. Pathologie, reuma, gezond zijn, het maakt niet zoveel uit. Voordat je het in de gaten hebt is het allemaal voorbij.

Lees meer:

Een kort verhaal over de liefde.

Een stukje over een ander tentamen. 

Een stukje over vallende kinderen.