Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Papa, zet het licht aan

Ik loop over een weg bestemd voor tractoren en ander rustig rijdend verkeer. Het is donker. Steeds wanneer er een auto op de weg ernaast van achter aan komt rijden, zie ik mijn schaduw groter worden. Het motiveert mij harder te rennen, om zo, zo snel mogelijk te verdwalen tussen de Noord-Hollandse weilanden. 

Het is een heldere koele ochtend, mijn adem laat een spoor van wolkjes achter. De avond ervoor had ik al over dit moment gefantaseerd. De wekker ging extra vroeg. Naast stilzitten op een kussen en kijken naar mijn dochters, is hardlopen een rustgevend moment; zeker wanneer iedereen en alles nog slaapt. 

Als je mij voorbij ziet rennen heb je kans dat je een oordeel vormt. Ik praat namelijk tegen mijzelf. Het is alsof ik op cursus ga. Het is een moment van reflectie, waarbij ik kritische vragen stel totdat de kern bereikt wordt. Daarnaast ruim ik ook wel eens wat op. Zie je het voor je? Een rennende, pratende dertiger met een bult plastic in zijn handen. Wanneer starten ze met de opnames van Man bijt hond?

Deze prachtige ochtend vraag ik mijzelf af waarom ik nog steeds niet begonnen ben als yogaleraar. Wat houdt me tegen? Waar ben ik toch steeds zo bang voor? Ik kom erachter dat ik mijzelf niet goed genoeg vindt. Er schuilt een diepe overtuiging in mij die zegt: Als je een voorbeeld vormt, mag je niks fout doen.

Wat voor leraar zou ik zelf bewonderen? Ik zou juist een leraar willen die fouten maakt en mij leert hoe hier mee om te gaan. Eigenlijk zou ik een leraar willen die zichzelf durft te zijn. Daar zou ik bewondering voor hebben. En dan na een kilometer of acht zie ik het voor me:

Ik zit, voor mij zitten een aantal kinderen. Ik vertel dat ze deze les van alles fout mogen doen. Ik vertel dat ze mogen loslaten dat ze het goed moeten doen. Ik doe een houding voor, verlies mijn evenwicht en deel mijn onzekerheid. Ik laat zien dat ik het fout doe, maar ook hoe ik hier mee omga. De kinderen zien er ontspannen uit. Alsof er iets van hun schouders valt en ze denken: “Who, ik hoef het niet perfect te doen. Ik mag even spelen. That’s all.”

Eenmaal thuis maak ik mijn meiden wakker. Mijn vrouw en ik drinken samen koffie. De tv blijft uit en de meiden spelen in het donker. De oudste heeft van de lampionnen, een plant en een roze t-shirt een altaar gemaakt. Het is het enige licht in de woonkamer. Rosie vindt het spannend en raakt in paniek.

“Je hoeft niet bang te zijn, wij zijn bij je Roos.” Ik probeer haar te kalmeren, maar het is tevergeefs.

Ze is steeds vaker bang in het donker. Dan denkt ze dat er ergens in een hoekje een varken staat. Ik hou haar dan stevig vast en laat haar zien dat het eenzame donkere hoekjes zijn.

“Stil maar Rosie, je hoeft niet bang te zijn,” zegt Stella,” het is geen varken dat je ziet, het is maar een roze t-shirt.”  Ze loopt naar de lichtknop, zet het grote licht aan en laat het zien.

“Zie je? Het is echt maar een t-shirt.” 

“Oh ja, t-shirt papa.” zegt Rosie.

“Ben je nu niet meer bang Rosie? Mag nu het licht weer uit?”

Rosie knikt. Stella zet het licht weer uit en ik zit in het donker op mijn stoel. Ik bewonder het moment, en zie in het kort wat ik tijdens mijn hardlooptocht zelf ondervond. Ik krijg het nog een keer bevestigd: met bang zijn is helemaal niks mis. 

Met een klein lichtje doorzie je de duisternis.

Lees meer:

Een stukje over een doodsbedreiging.

Een stukje over een schrijfcursus die ik volgde.

Een stukje over een ongeluk op een drukke snelweg,