Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Ochtendloop

Ondanks een gebroken nacht sluip ik de kamer uit en begin mijn ochtendroutine. De tijden verschillen wel eens; de aanpak identiek. Twee glazen water, dan naar buiten. Ik loop langs de planten en doe oefeningen die ik van Henry leerde. Dan naar binnen en meditatie.

De koffie pruttelt, de klok tikt en ik zet intenties neer voor de komende dag. Nog voordat de groene bak langs de weg staat ben ik weg. Dit lukt mij niet vaak, maar het is het absoluut waard. Wanneer wij nog slapen, tref je een hele andere wereld: het land van de vroege natuur, waarin dieren, planten en de atmosfeer zich nog niet verschuilen. Deze ochtend was het niet anders. Ik tel legio verschillende vogelgeluiden. Een konijn met een wit pluimpje bij haar staart in de haven. Met twee olijf zwarte ogen kijkt ze me aan.

‘Goedemorgen vriendin?’ vraag ik.
‘Geengedoedezemorgen vriend?’ vraagt zij.

Samen rennen we een stukje; ik ga rechtsaf, zij rechtdoor. Ik word gedragen door rust. Een paar meeuwen spelen zeeslag en bekogelen mij met flatsen. Verder geen gedoe deze morgen.

Ik ben verliefd op de ochtend. Het genot van het eerste bakje koffie, de enorme rust, het magische van een routine. Alles nog vers. Ik zit nog in een verpakking van volmaaktheid. Alsof je leven een sneeuwwereld is en je iedere ochtend over vers sneeuw mag wandelen. Dat geluid, de verse afdruk, overzichtelijk, beheerst. Er zijn dan nog geen vergissingen, alles nog perfect.

Tijdens het rennen is mijn geest ook nog vers. Het is een heel ander soort loop dan na een werkdag. In de ochtend heb ik contact met mijn lijf en zijn de stemmen in mijn hoofd nog als een achtergrondkoor, in harmonie, gelijkgestemd. In de middag staan er tientallen solo artiesten, ieder met een microfoon hun lied te verkondigen. Ze verstaan elkaar niet, het zingen verandert in schreeuwen: De Toppers in mijn hoofd.

Onderweg kom ik troep tegen. Meestal blikjes, zakken chips of andere verpakkingen rondom junkfood. Ondanks het moois dat ik deze ochtend tref, laat ik het liggen. Ik krijg het dit keer niet voor elkaar. De cadans van het lopen houdt mij in haar greep. Of zou het komen omdat ik nog geen mensen zie? Al eerder ervoer ik, wat de ogen van een ander met mij doen. Tijdens het lopen, langs de weg rommel opruimen en dan gezien worden, dat deed iets met me. Alsof de mensen zeiden:

‘Je bent een goed persoon.’

Aan het einde van de dag kijk ik tijdens het triviale ritje naar buiten. Ik ben opzoek naar een dier, naar iets van wat ik in de ochtend trof, iets van de rustgevende gemoedstoestand waar ik zo van genoot. Maar ik zie geen konijn noch rust, ik zie alleen auto’s en plastic langs de weg. Een van de solo artiesten zet zijn volume wat harder en zingt zijn lied. Ik kan niet anders dan er naar luisteren:

‘Zien jullie dat dan niet? Ondanks al die rommel, ik ben een goed persoon.’
Achtergrondkoor: ‘Hij is een goed persoon.’
‘Ik ben een goed persoon.’

Dit soort stukjes op de mail? Je kunt je hier aanmelden.