Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Novemberzon

Terwijl ik naar een kale man kijk, streelt de wind mijn haren. Voelt hij de wind zoals ik dat doe? De vlagen kunnen geen haren grijpen om zich aan vast te klampen. Dat moet een andere beleving zijn. Om het gevoel te evenaren laat ik mijn broek zakken. De wind waait langs mijn billen en ik kijk richting het glimmende hoofd van de man.

De vraag of hij zich heeft ingesmeerd hoef ik niet te stellen; de zonnebrand druipt van zijn oren op zijn fluwelen colbert. Kale mannen met zonnebrand in een novemberzon, dat heb ik altijd al vreemd gevonden, maar wanneer ik met de kinderwagen door een verse drol rij en achter mij het spoor loos is, wordt de wandeling met iedere stap curieuzer. Ik zoek naar takjes om poep te verwijderen. De takjes die ik uitkies zijn slap en buigen mijn hand richting de stront. Kokhalzend stap ik verder.

De kale man doet mij denken aan mijn oom die laatst stierf. Kanker deed hem de das om, en dat terwijl hij altijd goed smeerde.

‘Veel plezier daar boven Hans’, fluister ik, terwijl ik de poep maar accepteer.

Daar is weer die kale man. Hij reikt met een vochtig doekje mijn kant op.

‘Hier, ik heb over.’

De resten van zijn zonnebrand zijn verdwenen. Ik veeg de stront van de banden en loop richting de zon.