Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Mark Zuckerberg is zijn identiteit verloren

Het is stil in de imponerende ruimte. De overheersende kleur is eikenhout, de temperatuur gemiddeld en de luchtvochtigheid heeft zoals een verlegen jongetje in een klaslokaal een poos geen aandacht gekregen. Hierdoor neem je sneller een slok water dan anders. De gedragen kleding is vergelijkbaar met dat wat op een begrafenis gedragen wordt.

“Als ik het goed begrijp, spant u een zaak tegen Google aan, omdat u ontevreden bent over de zoekfuncties van deze pagina?”

De rechter schraapt zijn keel, zet de bril recht op zijn neus en neemt een slok water. De rechtbank is gevuld met medewerkers van Mark, de meeste zijn in loondienst, enkelen bezitten aandelen.

“Ja dat klopt”, zegt de advocaat van Zuckerberg, “Mijn cliënt is door jaren zijn neus in andermans zaken te steken zijn identiteit verloren en ging via Google op zoek.’’

Mark van Facebook, herkent zijn eigen spiegelbeeld niet meer. Zijn identiteit is opgeslorpt door een draaikolk van onpersoonlijke gegevens en verdween in het diepste van de Personia Oceaan. 

Nu zijn identiteit onvindbaar is, loopt Mark rond op zijn landgoed met zijn handen in het haar. Het beeld dat hij in de ochtend in de spiegel ziet, is zoals als een gecensureerd persoon er op tv uitziet, vaag en onduidelijk.

Mark zou zo graag weer de vriendschap met zichzelf willen herenigen. Wanneer groeten de ogen die hem iedere ochtend in de aankijken weer eens terug? Wanneer gaan zijn mondhoeken weer soepel richting de hemel? Het wordt tijd dat Mark hulp gaat zoeken. Zodoende Google. Mark tikt in de zoekbalk het volgende in:

'Wie ben ik?'

Ongeveer 44.566.000 resultaten (0,50 seconden) verschijnen op het scherm.

“What? Wat moet ik met zoveel resultaten? Waar begin ik in godsnaam?” 

Druppeltjes zweet op zijn voorhoofd verzamelen zich zoals likes op een Facebookpagina van een tieneridool.

Hulp van Google zit er dus niet in. Mark wordt teruggestuurd naar zijn eigen homepage. Alleen wat is nog Home? Hij weet het niet meer. Al die gegevens over vreemde, onbekende mensen hebben de plek van zijn persoontje ingenomen. Zijn ziel is gevuld met dollartekens en verkocht aan het land van Trump.

Wanneer reclame ons dagelijkse leven beïnvloedt, hoe zou dat dan zijn wanneer je miljoenen persoonlijke gegevens aan reclamebedrijven verkoopt? Wat blijft er nog van je over dat onderdeel is van je kern? Hoe ga je in godsnaam weer terug naar home, wanneer alles draait om anderen en geld?

Maar we kennen Mark ondertussen een beetje. Het is een echte doorzetter. Hij besluit om zijn advocaat in te schakelen en een rechtszaak aan te spannen tegen Google. Zijn laatste trouwe vriend, sleept hij zonder pardon voor de rechter.

“Google is toch een zoekmachine? Waarom heeft mijn cliënt zichzelf dan nog niet gevonden? Verwacht u dat hij iets kan met ruim 44 miljoen antwoorden?”

Het is bijna helemaal stil in de zaal. Alleen het geluid van een tikkende telefoon galmt door de ruimte. Mark knikt tevreden, terwijl hij een app bekijkt die zijn aandelen laat zien.

“Dat is dus precies het probleem Mark, je plaatst het buiten jezelf. Google werkt wanneer je antwoorden buiten jezelf zoekt. Dan is er genoeg te vinden. Maar jij, jij hoort het op dit punt in je leven naar binnen te keren, jezelf te zoeken en te vinden.”

Mark schrikt van het antwoord. Die rechter, zijn woorden, ze raken hem. Hij kijkt door het ongemak dat in zijn lijf voelbaar is nogmaals op zijn telefoon.

“Je kunt die 44 miljoen antwoorden gaan uitpluizen, je kunt al je medewerkers de opdracht geven voor jou op zoek te gaan. Maar niemand gaat vinden waar jij naar op zoek bent.”  

De rechter blijft zijn ogen richten op de rijke dertiger.

“Heb jij in al die jaren Facebook, Whatsapp, miljoenen dollars en al die informatie over andere mensen, gevonden wat je vinden wilt?”

Het is een tijd geleden dat Mark zich zo gevoeld heeft. Alsof hij zijn eerste spreekbeurt in groep zes weer opnieuw beleeft.

‘“Nee.” zucht Mark.
“Nee precies, anders zaten we hier vandaag niet.”

Daarna spreekt de rechter richting de zaal.

“Ik stel voor dat wij Mark gaan helpen. Laten we eens wat minder gebruik gaan maken van zijn diensten, zodat die arme jongen zijn ware ik weer kan vinden, weer in balans komt en kan zien waar het in het leven eigenlijk allemaal om draait.”
“Ja maar,” stamelt Mark, “hoe dan? Ik heb geen idee hoe ik dit aan moet pakken.Ik heb geen vrienden meer, mijn zelfvertrouwen is gebaseerd op materie. Ik voel nergens meer de waarde van.”
“Allereerst, wil ik dat je een tijdje offline gaat. We laten Google met rust. Zij leren hier hopelijk ook wat van. Verder is vooral veel gaan voelen Mark.”
“Wat voel je nu, beste meneer Zuckerberg?”

Mark pakt zijn telefoon, opent zijn internetbrowser en tikt het woord ‘voelen’ in.

“Nee Mark, offline. Weg dat ding!”

Met een rood hoofd als een Elstar, stopt hij zijn kleine computer in de binnenzak van zijn colbert.

“Wat voel je?
“Ik, ik, weet het niet, ik kan dit niet.”
“Jawel, dit is je hoofd dat nu praat.”
“Nogmaals, wat voel je?”
“Ik voel iets in mijn buik. Alsof ik vlinders in mijn buik heb, maar dan onprettig, het zijn Vlindermessen. Ik voel mij verdrietig.”
“Heel goed Mark. Dit is jouw opdracht. Iedere keer dat je iets buiten jezelf plaats is dat een kans om naar binnen te keren en te voelen. Dus wanneer je afleiding zoekt, dwangmatige gedachten hebt, verdoving zoekt, zijn dat allemaal kansen om te voelen.”

De rechter en Mark hebben een verbinding, een connectie waar geen social media account tegenop kan.

“Dit is de juiste manier en tevens de enige. Dollars, vriendschap, noch materie gaan jou hierbij helpen. Het antwoord zit in ieder mens Mark, dus ook in jou.”

Met gevoelens van ontevredenheid en schaamte verlaat Mark de zaal. Hij doet nog een poging om Google een hand te geven, echter zij hebben de vriendschap verbroken.

Eenmaal buiten, waait de wind langs het gezicht van de zoekende multimiljonair. Het is een tedere, strelende wind, speciaal voor Mark. Voor heel even sluit hij zijn ogen en gaat zijn aandacht richting de buik. Daar zit dat ‘spreekbeurt’ gevoel weer. Heel even, voordat zijn ogen weer open gaan, laat hij het helemaal toe.

Voordat alle camera’s zijn aura bereiken, pakt Mark zijn Google Phone uit zijn broekzak en overhandigt het apparaat aan een zwerver die er als een gebroken WiFi verbinding bij ligt.

“Hier, maatje. Was je hier naar op zoek? Misschien kan jij er wel wat mee, rook het op, of gebruik het op een andere manier. Mij heeft het een hoop gebracht maar nog veel meer gekost.”

Ondertussen is er een boek verschenen. Het poëziealbum van een schatzoeker, memories van een vader, meester en idealist. Je kunt het hier bestellen.

Met dank aan: Martijn Smit.