Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Mama is zoals het weer

Er zijn dagen dat ik een superheld, duiker of magazijnmedewerker wil zijn. Vandaag is het niet z’n dag. Dit moment wil ik weerman zijn, maar dan wel een die het weer kan beïnvloeden, een controleerweerman.

Mijn dochter en ik trekken de deur achter ons dicht. Buiten komt de wind ons tegemoet. Het streelt onze gezichten, zoals je een kat streelt, met de haren mee, liefdevol, bescheiden.

Een rode kater met drie poten loopt ons voorbij. Mijn dochter houdt mijn hand vast en ik voel mij op en top. We rijden naar de winkel. Dit is ons moment en dat koester ik. Dan blijft de telefoon thuis. Ze houdt van het ritme en de routine. Eerst naar de speciale winkel, daarna de Aldi, dan het dak op, via de roltrap naar beneden richting de AH. Als mama er niet is houdt ze mijn hand vast, die van mij sluit als een want om die van haar.

Mama is deze dagen anders. Ze wordt getijsterd door inmense vermoeidheid. Daardoor hangen er donkere wolken boven haar hoofd die maar niet lijken te verdwijnen. Ik probeer het aan mijn oudste uit te leggen maar wil haar ook weer niet teveel belasten.

‘Mama is moe. Waardoor het steeds vaker bij mama stormt. Eigenlijk is ze deze dagen net zoals het weer, onvoorspelbaar maar onmisbaar.’
‘Is mama ziek?’
‘Ja, mama is ziek. Maar ze gaat vanzelf weer stralen lieverd. Soms verdwijnen de wolken, op die momenten kan de kachel uit, want dan verwarmt ze onze harten.’
‘Mama is de zon.’
‘Ja, mama is de zon.’

We kopen biologische groenten, toetjes en tampons. Op de parkeerplaats kijken we naar de zon die de lucht paars kleurt. Er vliegen stormachtig vogels voorbij en ik hou je stevig vast.

In de auto zijn we stil. Ik voel geen behoefte om te praten. Het is goed. Indrukken landen en nieuwe vliegen voorbij. Jij hebt je vingers in je mond en kijkt met twee heldere planeten naar de lichtjes die als strepen achterblijven in de duisternis.

Thuis ruikt het naar vakantie. Kaarsjes branden, je zusje op de bank, ze roept iets in een onverstaanbare taal, die alleen jij en ik verstaan. Mama staat in de keuken en maakt haar nieuwe specialiteit: groentestoofpot met zelfgemaakte focaccia.

‘Is dit bleekschilderij?’ vraag je.

Voordat we antwoord geven stop je het in je mond. Ik lag de goesting om je te verbeteren van mij af. Ik vind jouw taal magnifiek. Het zou op iedere universiteit gedoceerd moeten worden, dan weet ik zeker dat er minder misverstanden ontstaan.

‘Mama ben je weer beter?’

Mijn allerliefste kijkt mij aan, haar ogen glunderen en de wolken verdwijnen.

‘Nu schijnt de zon, lieve schat.’ zegt ze, terwijl ze met flinke inspanning een glimlach op haar gezicht tovert.

Ik voel haar warmte en kijk glimlachend met een mond vol groente naar drie prachtige wezens. Vandaag schijnt de zon, maar de winter moet nog beginnen.

Leuk? Lief? Mooi? Deze brief schreef ik voor iedereen. Je mag het delen. X