Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Ik hou zoveel van je

Je legt alles netjes en gecontroleerd van het opgemaakte bed in de koffer. De zonnestralen komen voorzichtig de slaapkamer binnen en schijnen op jouw gezicht. Mijn spulletjes pak je ook in. Dit doe je met een bescheiden glimlach. In de auto kom jij erachter dat ik mijn zwembroek vergeten ben. Mopperend haal ik die ballenknijper op, lachend word ik door jou ontvangen.

Dat doe jij. Jij haalt het serieuze randje ervan af. Met jouw aandacht polijst je mijn gezeik zo door het afvoerputje. 

Jij maakt mij een mooier mens.

Hou ik zoveel van jou?

We luisteren in de auto naar The Gorrilaz. Het geluid staat op maximaal, zodat er een minimale kans is mijn gezang te horen. Terwijl we zingen, kijken we elkaar aan. Wit gebleekte keurig geplaatste tanden, blinken dezelfde kant op. Voor heel even zijn wij het perfecte Hollywoodkoppel. Dan steekt er een vrachtwagen over en trap ik op de rem. Door de plotselinge stilstand komen er allemaal lelijke woorden uit onze monden. We doen het raam open:

''Ey, jij daar,met je Pluk van de Petteflatkop. Ik hoop dat je volgende broodje pindakaas met de volle kant naar beneden op de grond valt.''

Met piepende banden scheuren we weg. Want zo ben jij. Jij haalt het avontuur in mij naar boven. Jij bewaakt vaak mijn grenzen, maar soms laat je ze verdwijnen.

Zoveel hou ik van jou

Je staat onder de douche. Langs jouw prachtige lijf glijden de waterdruppels naar beneden. Op de meeste lijven houdt het water een wedstrijd. Iedere druppel wilt zo snel mogelijk het lichaam verlaten en gillend het waterputje instromen. Op jouw lijf gaat het er heel anders aan toe. De druppels vertragen, ze genieten van je gebruinde huid, ze strelen je. Het water is lief voor jou, net zoals jij dat voor het water bent. Ik wil één van die druppels zijn. Ik wil overal op jouw lijf, lief voor je zijn.

Van jou hou ik zo veel

In de hotelkamer, kan ik niet van je afblijven. Wanneer je nog kleding aan zou hebben had ik het met mijn tanden kapot gescheurd. Maar we zijn in een wellness en je draagt nauwelijks iets. Het is mijn favoriete dag van het jaar. Nog koud van het dompelbad, warmen onze lichamen elkaar op. Twee sauna’s in de hotelkamer. We staan in vuur en vlam. Om wat af te koelen, rollen we later door de sneeuw. We eten Ben en Jerry’s op bed, cookie dough met oreo, even geen vegan.

Ti amo così tanto, dat is Italiaans voor: ik hou zoveel van je

We zijn weer thuis. Vierentwintig uur geleden waren we dat ook. Het is alsof we een week zijn weggeweest. Maar dit is wat jij met mij doet. Wanneer ik bij jou in de buurt ben, bestaat er geen tijd, dan tikken de wijzers van de klok zonder betekenis. Dit is een heerlijk vrij gevoel. Het is een duidelijk besef dat tijd niet bestaat. Een verzinsel van de mens om onbelangrijke zaken met een serieus randje dicht te timmeren. Het neemt mij mee terug naar mijn jeugd, toen schoolvakanties nooit ten einde kwamen, zondag patatdag was en we ons nog niet druk maakten om de toekomst van de bij.

Tijd bestaat niet, enkel het terugkeren van het tij, en het tikken van mijn hart, dat geen batterijen nodig heeft, maar enkel jouw aanwezigheid.

Lees je deze stukjes graag? Je kunt je erop abonneren. Onlangs is mijn boek: ‘Een poëziealbum van een schatzoeker’, verschenen.