Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Huilen

Soms is het ouderschap ruw en hard en daardoor achteraf vaak weergaloos prachtig. Zo staat R. bij de voordeur met haar rechterhand op het raampje. De brievenbus kleppert van de wind. Het glas is beslagen, de vloer nat van de tranen. Het plasje op het grenenhout doet mij verbazen; ongelofelijk zoveel tranen uit zo’n klein meisje. 

Kon ik je maar de nietigheid van de tijd uitleggen en zo tot je doordringen dat je moeder echt maar voor even weg is, het is een kortstondig moment, niet eens een noot van het lied der eeuwigheid. Daarnaast zou ik je ook graag duidelijk maken dat het goed is om af en toe zonder iemand te zijn waar je voor altijd mee verbonden bent, gewoon om even te ervaren hoe het is om alleen met jezelf te zijn, maar je bent gelukkig nog maar twee jaar. Iedere poging die ik doe werkt averechts; de vibratie van mijn stem laat je zinken. 

Ze heeft het steeds vaker, dat afhankelijke. Mama is dan god – god kan natuurlijk ook een vrouw zijn – en ik ben dan een mens. Ik snap het, maar vind het lastig. Die band van jullie dat kan ik niet evenaren, dat is ook niet de bedoeling. Die negen maanden in dat goddelijke lijf, alle keren dat ze er was wanneer je nog niks anders kon dan huilen, de borstvoeding die ze je gaf, haar grijsgroene ogen die je altijd begripvol aankijken zelf wanneer we verkeerd zitten, daar valt niet aan te tippen. Ik probeer het denk ik wel. Ik speel vaak voor moeder terwijl ik vader ben. 

Wat ik ook doe op die momenten is zwelgen in een staat van zelfmedelijden. Een beetje zielig zijn in de trant van: zie je wel, ook zij zien dat je een fraudeur bent. Die afwijzing van de meiden doet mij mijzelf ook afwijzen. Ik ben een groot talent in genade klappen uitdelen aan mijzelf. Kinderen spiegelen. Ze zien het gedrag, woorden tellen niet mee in Kinderland.

Na een half uur ga ik voor haar zitten. Dit keer hou ik mijn mond. Ik sluit mijn ogen en ga naar binnen. Steeds als ik in de buurt kwam rende ze weg en nam het gillen toe. Nu blijft ze staan, hartverscheurend snikkend in een hoekje. Voor het eerst die middag probeer ik het niet met mijn hoofd op te lossen. Ik leg mijn handen eerst op haar benen en later op haar buik. In mijn hoofd zeg ik lieve dingen tegen haar. 

Ik til haar op en leg haar op de bank. Haar grijsblauwe spiegelende ogen, ik zie mezelf. Dan komen de tranen. Haar verdriet wordt die van mij, we spelen tikkertje en het is mijn beurt om te uiten. We liggen regenachtig op de bank, zonder mama in huis. 

Ze wordt rustig en moe, met een sprankeltje tevredenheid. Mijn tranen maken indruk. 

“Ik hou van je” zeg ik haar.

Haar ogen draaien weg, ze stopt haar duim in haar mond.

“Ik van mama.”

Lees meer stukjes over ouderschap:

Een stukje over ruziemaken.

Een stukje over de grenzen van kinderen respecteren.

Een stukje over de nadelen van straffen en belonen.