Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Het tij is gekeerd

Twee weken terug voelde ik mij natter dan een verloren dweil op een Schots landschap. Mijn hoofd bonkte, het water stroomde als een rivier uit mijn neus en de muren van het huis kwamen geheimzinnig op mij af. Een ouderwetse mannengriep nagelde mij genadeloos vast op onze sofa. 

Het gevoel van toen staat haaks op wat ik deze wandeling op het strand ervaar. Schuilend achter mijn surfplank loop ik haastig naar de auto zonder mij al te bewust te zijn van het natuurspektakel dat zich voor, achter en boven mij afspeelt.

Windkracht Veel doet mijn steeds grotere kraaienpoten wapperen. Ik vervloek het weer twee keer. Dat terwijl ik eerder hier nog veel dankbaarheid voor voelde. Eenmaal boven aan de dijk kijk ik naar mijn vriend. Twee regenbogen stralen ons tegemoet. Als een God in Frankrijk staat hij op de parkeerplaats zijn tenen te drogen in de hagel. 

De zee nam mijn hoofdpijn zonder gemopper. Voor de sessie deed ik een offer. Een banaan, salie, wierook en een briefje van vijf op een mooie schelp, terwijl ik mooie woorden vanuit een dankbaar hart met de vier elementen van onze planeet deelde. Die God uit Frankrijk zat naast mij. Ook al was het moment niet langer dan een paar minuten, voelde het voor altijd.

Deze momenten zijn goud waard. Dankbaarheid is als een antivirus dat wij onszelf dagelijks kunnen toedienen. Het virus dat namelijk door het land raast mag best een tegengeluid horen. Deze tijd, wanneer we bij een klein beetje water uit ons neus al thuis blijven, drijft ons als schipbreukelingen uit elkaar.

Mijn dochters zet ik af bij het hek. Even kijken hoe het ze afgaat is verleden tijd. Twijfels over de toekomst van onze kinderen nemen toe. We willen ons los weken uit het systeem. Voor de golf van Cootje 19 waren wij hier al mee bezig. Wij dromen al tijden van minimalistisch leven op eigen en warmere bodems. 

Toch was daar steeds die plicht. De plicht die noodzakelijk lijkt te zijn om je boodschappen met mondkapjes op te kunnen bekostigen. Overtuigingen dat het op een bepaalde manier hoort te gaan, die je haast dwingen om in het gareel te blijven. Die ons steeds als terugtrekkend tij steeds weer op de rem doet stappen.

Waardoor we al snel serieus worden. Waardoor we al gauw mopperend op het strand lopen wanneer je zon, hagel en regenboog tegelijk kunt aanschouwen. Waardoor we zelfs vergeten dat het leven een spel is. Een dans waarbij iedereen kan dansen.

Kijk maar eens naar een kind. Ieder kind kan dansen. Zij zijn nog vrij van eigen oordeel. Dat kind zit ook nog in jou en mij. Wij zijn ook vrij.

Deze tijd is namelijk een uitnodiging om naar binnen te keren. De enige weg, is de weg naar binnen. Wij willen onze huizen glimmend laten overkomen voor de buren. Maar nu is het tijd om je huis van binnen te laten schijnen.

Om de golven die deinen tegen de wanden van ons bestaan niet langer te ontvluchten. Het is tijd om te surfen. Ik surf al vijftien jaar het water van deze planeet, maar ben sinds kort eindelijk begonnen. 

Het tij is gekeerd. Het is tijd voor wat anders. 

Zie je in het water.

Surf’s up.