Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Het interview

De uitgeverij stuurde een mail. Of ik contact kon zoeken met iemand van het NHD. Over een vraaggesprek en een boekje. Met gezonde tegenzin belde ik de journalist.

‘Met M.V.’
‘Goedemiddag, u spreekt met Josse Beudeker. U had mijn uitgeverij gebeld. Zij vroegen mij u terug te bellen. Er is laatst een boekje verschenen: Het poëziealbum van een schatzoeker, ik denk dat u daarom contact zocht. Klopt dat?’

Ondanks de dertig kilometers tussen ons in vulde mijn lijf zich met ongemak. Mijn huidskleur brievenbusrood, de oksels nat.

‘Met wie? Er gaat even geen belletje rinkelen.’
‘Met.. Willem Meester?’
‘Oh, ja! Natuurlijk. Het puzzeltje is opgelost. Vertel…’

Er volgde een gesprek over het boekje. Onzeker over van alles en nog wat maakte ik een afspraak. Toen ik ophing ging mijn geest op volle toeren. Ik waande mij in afgeladen zalen, gevuld met gillende vrouwen, die topless en nat van het zweet vroegen om een signeersessies op één van hun glimmende borsten. Er waren andere schrijvers: James Worthy, Henk van Straten, Gerbrand Bakker, Haruki Murakami, J.M.A. Biesheuvel zij allemaal op het feestje, onder de indruk.

Ik werd uitgenodigd door de Koning en kreeg een lintje. Ik gaf Willem een boks en een paar tips om wat minder houterig te zwaaien. Maxima kreeg een tik op haar billen en een link van de webshop waar mijn boek te koop is. Ik had namelijk geen fysieke exemplaren mee, daar doet mijn uitgever niet aan. Tenminste, niet zonder bestelling. Mijn geest nam mij verder mee op reis. Ik ging naar het buitenland. Het boek werd vertaald in Maleis, Chinees, Engels, Arabisch, Anus (wordt gesproken in Papoea), Waals en natuurlijk in het Duits. Alle landen bezocht ik. Daar weer Koningshuizen, zalen gevuld met glimmende borsten, en dergelijke.

Mijn altijd om meer schreeuwende geest was vandaag nog bescheiden. Na een kwartiertje dromen ging de zoemer en keerde ik weer terug in het klaslokaal, waar ik kinderen uitleg gaf over hoe je een degelijk interview houdt.

Op de dag van het interview poetste ik mijn tanden met: Active Coal Bamboo Activated Charcoal, voor stralend witte tanden. Een tandenbleek van houtskool. Mijn vrouw kocht dit, en was enthousiast. Ik gebruikte het tot nu toe niet. Deze dag werden witte tanden in ene wel belangrijk. Alleen poetste ik blijkbaar te enthousiast, want toen de deurbel ging zat er nog zwart op mijn tanden.

Tijdens het gesprek viel er een waas van afstandelijkheid over mij heen. Alsof iemand anders het van mij overnam en ik niet bij de woorden kon die dat andere persoon zei. Ik in een helikoptertje door de woonkamer, toeschouwer van een film waar ik geen inspraak op leek te hebben. Een vreemde gewaarwording.

Het gaf mij uiteindelijk een onbevredigend gevoel. Ik had het idee behoorlijk op de klaag stoel gezeten te hebben en dat terwijl de laatste tijd juist zo stabiel was, ik de dag daarvoor nog zo in mijn kracht leek te staan. Ach ja, niets is zo wispelturig als de geest van een dolende dertiger. De ene dag voel ik mij een superheld, de volgende de schurk die net verslagen is door diezelfde held.

Part of life, deal with it.

Vrij snel na het gesprek trok ik mijn hardloopschoenen aan. Tijdens de loop vielen de woorden pas op hun plek. Ik belde er achteraan, werd gerustgesteld en liet het toen ook los. Toen pas had ik door dat het toeschouwende gevoel, betekende dat ik in mijn hoofd zat, mijmerend, in plaats van voelend in mijn buik.

Voordat het in de krant kwam, kreeg ik het op de mail. Ik las het en was zowaar tevreden. Kwam ik dan toch anders over dan ik mij op dat moment voelde? Of heb ik gesproken met een eersteklas journalist, die precies doorhad hoe het werkelijk zat?

Het moet wel het laatste zijn. Het eerste zou betekenen dat ik mijzelf gevonden zou hebben, dat ik en mijn binnenwereld, ik dus, het eens waren. Deze metamorfose zou het einde van mijn schrijverschap betekenen.

Waar anders zou ik over kunnen schrijven?

Deze stukjes per mail ontvangen? Een donatie doen? Kijk eens hier.