Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Gezichten

Ik zie overal gezichten. Zo kijk ik op het moment van dit schrijven naar de metalen toiletrolhouder die op ooghoogte hangt. De twee schroeven vormen de ogen, de werkelijke houder de mond. Het is een smiley. Steeds zie ik smileys. Ik zie ze in WC-potten, potten appelmoes, in gerechten die ik mijn dochters voor schotel, in drollen, in krantenkoppen met slecht nieuws, in bomen, planten en allerlei apparaten.

Onderweg naar de Opa en Oma speeltuin (vlakbij het huis van mijn ouders) struikelt mijn jongste dochter en valt met haar gezicht op de stenen. Ze ligt huilend plat op de grond. Ik til haar op en probeer rustig te blijven. Haar lip is open en het bloed kleurt haar gezicht rood. Doordat ik haar optil ziet ze de speeltuin en raakt in paniek wanneer ik besluit naar huis te lopen. Ze reikt met haar handjes richting de glijbaan en roept: “Opa en en Oma speeltuin”, terwijl het bloed van haar lip haar nek inloopt.

Dat ze nog door wil spelen vind ik een goed teken, waardoor ik weer met haar richting de speelplaats loop. Ik zet haar op de rubberen tegels en probeer het los te laten. Maar ze weet het zelf ook niet meer. Ze staat daar, dwalend, huilend, op zoek naar verlichting. Besluiteloos als ze is, neem ik een besluit en til haar richting huis. Ze neemt krijsend afscheid van haar favoriete glijbaan en mijn hart is twee keer zo groot geworden.

Thuis op de bank maak ik haar lip schoon met een tinctuur van Calendula. Ze protesteert en ik heb het even moeilijk met het scheppen van duidelijkheid als ouder. Ik pak haar stevig vast en druk haar tegen mij aan. 

Mijn fiets staat al weken tegen het raam, ik zou hem binnen moeten plaatsen, maar vind andere zaken belangrijker in het leven. In het fietszitje achterop zie ik wederom een smiley en dit geeft mij vertrouwen. Rosie stopt met huilen, ontspant en valt bij mij in slaap. Ik leg haar op de bank en behandel de rest van haar gezicht. Ik stop haar toe met haar favoriete knuffel en laat haar in dromenland haar trauma verwerken.

Op de dag dat ze bij ons kwam en ik haar gezicht zag schreef ik een stukje over dat mijn liefde verdubbeld werd. Ik maakte mij eerst zorgen hoe ik zoiets ging verdelen over twee prachtige meiden, maar zag haar en wist direct dat het ging om een vergroting in plaats van een verkleining. Ik blijf mij verbazen hoeveel liefde er in mijn hart past.

Natuurlijk zijn er dagen dat ik mij afvraag of ik het wel goed doe. Haar stem is namelijk altijd schor en ze is zo snel gekwetst. Op die momenten besta ik niet en is Mama haar veilige haven. Als ik haar gezicht zo zie, is het alsof ik in de spiegel kijk. Steeds vaker hoor ik dat ze zo op me lijkt. Het is net alsof ze nog niet weet hoe ze de buitenwereld buiten kan houden, of ze zonder filter leeft. Dan wil ik haar pakken en zeggen dat het allemaal goed komt, dat ze mag loslaten, mag vertrouwen. Maar dan duwt ze me weg en snap ik dat ik nog werk te doen heb.

‘s Avonds breng ik haar naar bed. Ze wilde liever mama, en zet haar schorre keel op. Eenmaal in haar kamer met de deur dicht en mama uit het zicht, laat ze me toe. We praten over haar val. Ik verzin een verhaal over een dolfijn en een driehoek. Of eigenlijk verzin ik het niet. Ik was laatst bij een workshop en zag tijdens een begeleide meditatie een driehoek, dolfijn en een pauw. We vormen met onze handen een driehoek en duiken er als dolfijnen doorheen. 

‘‘Laat maar los lieverd. Je bent prachtig. Je mag er zijn. Ik hoor je.’’ fluister ik in haar oren.

De volgende morgen eten we American pancakes in een tentje ergens in Amsterdam Noord. Rosie komt uit de speelhoek en rent een jong poesje achterna. In haar hand draagt ze een speelgoeddolfijn. Ik tover een glimlach op mijn gezicht. Het komt goed. Het is allemaal oké.


Lees meer:

Een stukje over warme dagen en zwembaden.

Een stukje over regen.

Een stukje over het klimaat.