Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Focus

Er waait een wolk ontsmettingsmiddel in mijn gezicht. Dat is prima, want anders zou ik ongewassen de supermarkt betreden. Bij het vriesvak kijk ik weemoedig naar mijn spiegelbeeld, het is schoon, doch rimpelig, en het is een brug naar een andere tijd toen ik voor het eerst mijn spiegelbeeld op een kraaienpootje betrapte. Een tijd waar ik tijdens quarantaine naar terug verlang, gevuld met onverantwoordelijkheden, domme beslissingen, vrije tijd en zorgeloosheid.  

Ach, nu is er ook vrije tijd.   

Zigzaggend baan ik mij een weg naar buiten. De tijd heeft mij verlaten. Is het dinsdag? Nee, de bakken staan langs de weg, het is dus maandag, volgens mij moet Robin zo werken, het is toch vrijdag. De dagen hangen net zo onsamenhangend aan elkaar als dit stukje tekst. 

Onderweg tel ik zeven lieve met stoepkrijt geschreven boodschappen. Nummer zes is het mooist, het is een regenboog met daaronder de tekst: het komt goed, het komt allemaal goed.

Ik zwaai naar kinderen achter de ramen, terwijl buitenspelende kinderen mij inhalen. Tijdens het hardlopen eerder die ochtend plukte ik twee handen plastic van straat. Ik zag medewerkers van de vuilstort naar afval op straat staren. Ik zie steeds meer contrasten deze dagen. Alsof we allemaal door een enorme zeef gaan, dat wat schoon is stroomt verder, dat wat vuil is stagneert.

Ik mis mijn ouders. Ook al wonen ze twee straten verder en zie ik ze eigenlijk veel te vaak, mis ik ze. Al een paar keer dacht ik een Fuck-Corona-ik bezoek-mijn-ouders-feestje te houden maar dan partypoop ik hem toch weer. Ik zag ze wel op de verjaardag van mijn jongste dochter. Ze werd drie. We aten taart op een afstandje in de tuin. Niemand begreep er iets van. 

Als je drie door de helft deelt heb je een heel gek getal. Drie weken terug was anderhalve meter honderdvijftig centimeter, nu hebben deze woorden een andere lading. Het is veel meer geworden dan een getal, het valt niet niet meer in waarde uit te drukken. 

In de nacht van haar verjaardag kom ik moeilijk in slaap. Ik ben bang dat die benauwdheid die als een baksteen al dagenlang vervelend op mijn borst ligt, iets anders is dan stress om geld. Alleen de gedachte dat het oké is om te sterven doet me weer in slaap vallen. Een diepe overtuiging dat ik een heel oké leven heb, valt als een zachte deken over mij heen. Het is een mooi iets om je te realiseren diep in de nacht. Oké, ik had wat meer van de wereld willen zien, vaker willen surfen en schrijven, maar wanneer dat het enige is, dan mag een mens niet klagen.

Tijdens de droom draag ik een harnas. Het is zwaar en drukt op mijn borst. Er is een monster dat ik dien te verslaan. Het beeld bevalt mij wel: knokken, eindelijk man zijn,  vechten om dat wat je echt dierbaar is, focus, eindelijk focus, een doel, een missie, strijdend ten onder gaan, en dan een lege vlakte, zonder zwaartekracht, zonder iets. Ik verander in een zeepbel zweef naar boven en knap tot niets uit elkaar.

De volgende morgen verdwaal ik vrij snel in twaalf projecten tegelijk en dan is het ineens weer een andere dag.  Soms heb ik zin in mijn pyjama, maar veel vaker heb ik behoefte aan productiviteit en trek ik andere kleding aan. Aan het begin van het binnenblijven zag ik het als een extra vakantie, nu voelt het als een verplichte onbetaalde vakantie besloten door iemand of iets met een hoger plekje in de wetten van het leven. 

Ik zou dan willen dat ik mijn eerste kraaienpootje weer ontdekte, ik zoek naar focus,maar kom niet verder dan dromen.


Lees meer:

Een stukje tekst over een WC- bezoek in tijden van Corona

Een stukje tekst over het ook niet weten in tijden van Corona

Een stukje tekst over dubbelvla en Corona

Een stukje tekst over opvoeden en Corona

Een stukje tekst over ouderschap en aalbessen

Klik HIER als je dit project extra leven wil in blazen.