Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Het is een waar opruim feestje geworden

We hebben het al vaker gehad over: dieren, de natuur, onze prachtige planeet, het universum en het verdere onbekende. Wij mensen zijn niets anders dan zandkorrels in het grote geheel. Toch weten al die kleine steentjes er een rommeltje van te maken.

Echt waar? Plogging?

Deze zondag trok ik mijn hardloopschoenen aan en liet ik mijn plastic tas thuis staan. Er was geen zin om te ploggen. Deels door het gevoel van onmacht, deels door de verschrikkelijke benaming. Het is op bloggen na het meest lelijke woord dat ik in het onlinewoordenboek kan vinden.

Echt waar? Plogging? Ga jij dat woord met trots gebruiken wanneer je op een feestje staat?

‘’ Ik heb deze week gesurft, een tuinhuis gebouwd en voetbal gekeken.’’ zegt feestganger één.

Feestganger twee voegt ook wat toe aan het kringgesprek:

‘’Wij schilderden ons huis, dronken speciaal bier en deden nog meer mannelijke dingen, zoals het slordig opvouwen van de was.’’

En dan kom jij met je goede gedrag.

“Ik heb deze morgen even heerlijk geplogd!’’

Wanneer je het rennend opruimen wil promoten, kies dan voor een ander woord. Wie raakt er gemotiveerd bij het woord plogging? Het klinkt als bloggen voor pedofielen.

De samenloop

Het is nog redelijk vroeg in de ochtend. Mistbanken zweven over het landschap als kleine voertuigen. De vogels scheren langs de oppervlakte en ik heb al meerdere hazen tikkertje zien spelen. 

Mijn lijf komt in een flow en als het daar eenmaal in zit voel ik mij prettig. Dan verdwijnen de melancholische gevoelens en heb ik zin om gek te doen. Je zou haast kunnen denken dat ik dan gelukkig ben.

Door deze samenloop van omstandigheden is er een kans dat je mij voorbij ziet komen met een enorme glimlach. Kom je langs in de auto, dan maakt het op dit moment niks uit wanneer je veertig kilometer te hard ga, ik glimlach en zwaai.

Ondanks alle pracht van de dag hebben bestuurders vandaag geen tijd om terug te zwaaien. En dit is helemaal oké. Want ik heb meer vrienden dan de mens. Toch begint het na de tiende bestuurder op te vallen.

En precies op dat opvallende moment, gebeurt er iets unieks. Zoals tennisballen langs netten vliegen, vliegt er een buizerd langs mijn hoofd. Het geluid van zijn vlucht, komt boven mijn gehijg uit.

‘’Hoi vriend waar ga je zo sierlijk, geruisloos heen met al je pracht en vogelwijsheid?’’
‘’Ik neem even wat afstand van die snelle metalen kevers, al dat geluid maakt me bang.’’
‘’Het went, schone vliegeraar, het went.’’

De buizerd neemt plaats op een metalen hek dat zich totaal niet op zijn gemak voelt tussen al dat groen. Met geelbruine knikkers kijkt hij mijn interne wereld binnen.

‘’Jij ziet er anders wel geinig uit bewegend mens. Ik blijf hier zitten, dan kun jij mij bewonderen en wellicht zie ik naderhand wel een lekker veldmuisje voorbijkomen.’’

Ik groet dit prachtige exemplaar van een roofdier en ga verder met mijn reis. Er komen nog legio auto’s langs en ik zwaai naar de gezichten die op haast staan. Met spoed komt er een groep wielrenners trappend voorbij. Vandaag praat ik alleen met de dieren. Of de fietsers praten weet ik niet.

Toch opruimen?

Een witte zwaan zo groot als een doelpaal stijgt op van het weiland. Met haar slag maakt ze een indrukwekkend geluid. Het klinkt als een cello dat gestemd wordt. De zwaan roept mij iets toe:

‘’Hoe gaat het?  Wat ben jij eigenlijk? Ben jij ook een mens?  Wanneer het niet meer gaat mag je best meeliften hoor.’’

Drie vragen, die ik allemaal beantwoord.

‘’Ik begin het wat zwaarder te krijgen, in principe gaat het goed en ja ik ben ook een mens, ook al voel ik mij vandaag meer een antilope.’’

Tranen van vreugde, mist en zweet maken mijn gezicht nog natter dan het onderbroekje van een tienermeisje tijdens een Justin Bieber concert.

‘’Bent u dat mens dat soms een klein beetje van dat taaie spul opruimt? Wist u trouwens dat die prullaria meerdere zwanenlevens overleefd?
‘’Ja, daar ben ik mij van bewust.’’ antwoord ik, terwijl ik mij schaam. ‘’Er zijn er meerdere hoor, soms doe ik dat ja, ze noemen het plogging.’’

Bij het horen van het woord: plogging, laat de zwaan direct meerdere keutels door de lucht gaan.

‘’Excuseert u mij, ik schrok van dat woord dat u net gebruikte.” Wilt u nog een lift?’’

Ik schud nee, groet het witte kunstwerk en stamp mij richting huis.

Het feestje

Wanneer ik bijna klaar ben met mijn tocht, kom ik een groepje ballonnen tegen. Ze zweven verlegen mijn kant op. Vroeger werd ik nog wel eens uitgenodigd voor een feestje. Nu praat ik over plogging en zijn feestjes een bijzonderheid geworden.

Ik denk aan mijn vliegende vrienden en neem de ballonnen mee. Rennend met een tros plastic, baan ik mij een weg door de stad. Er zit niks meer in mijn lijf, er is geen puf meer om mensen te groeten, zweetdruppels stoppen met zweten. Maar het leuke is dat mensen mij wel beginnen te groeten. Of ze groeten de ballonnen, dat kan ook.

In het laatste bochtje voor mijn crib, zie ik een oud stelletje. Hij draagt een enorm gevulde vuilniszak en staat wat krom van de ouderdom, zij wat verticaler en hanteert een prikstok. 

Door de vermoeidheid en de ballonnen kan ik niet meer in mijn handen klappen. Daarom besluit ik mijn stem te gebruiken en schreeuw ik heel hard het woord:

‘’APPLAUS!’’ 

Er wordt gereageerd met een lach en een timide groet.

Wauw! Een prachtige reis, vol avonturen en boodschappen. Ontpop de kinderchampagne! Lang leve de natuur!

Het is een waar opruim feestje geworden en ik werd uitgenodigd.

Lees je deze stukjes graag? Je kunt je erop abonneren.Binnenkort verschijnt mijn boek: ‘Een poëziealbum van een schatzoeker’, memories van een vader, idealist en wereldverbeteraar.