Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Eendjes

Buiten, terwijl de paraplu’s open klapten, realiseerde ik me dat het meer dan een maand geleden was dat we iets samen deden. Ik schudde dit snel van mij af, anders zou het ten koste gaan van het moment.

We werden zo blij van het idee de eendjes te voeren dat iedere stap richting het water een feestje werd. Zie je het voor je? Een ouder en een kind in de regen, met een zak brood en Barbie's in de handen, dansend en zingend door de straten.

In mijn buurt ben ik omsingeld door kinderen waar ik les aan geef. Het zijn net eenden afkomend op het brood dat ik achter mij strooi. Ik merk dat ik steeds meer bezig ben met hoe ik op straat overkom. Wat is dat toch met dat negatieve zelfbeeld van mij?

Als ik Jan Geurtz mag geloven is het een zoveelste poging om een imago vast te houden, echter is het imago weer een laag over het negatieve geloof dat we allemaal vanaf ons jeugd op een eigen unieke manier met ons meedragen. Echter is dit geloof weer een illusie en dus een grote grap, aldus Jan Geurtz. Op dat moment in de regen begreep ik het en kon ik er hardop om lachen.

Terwijl we liepen, schreef ik dit stukje. Een moment zo mooi, vrij en bijzonder, dat mocht niet verloren gaan. De pennen in mijn hoofd noteerden steekwoorden: regen, vrij, paraplu’s, dansen. Ik observeerde alles als een bioloog dat een nieuw plantensoort ontdekte; een bioloog met dementie, want Rosie Koa ontdekte ik al vele malen eerder. 

Bij de vijver waren er geen eendjes. Rosie brulde heel hard dat de eendjes moesten komen. Verloren stond ze aan de waterkant. Ik zette de melodie in dat we altijd gebruiken wanneer we zingend teksten verzinnen en ze stapte uit haar teleurstelling.

Bij de brug zagen we in ieder geval een meeuw en namen daar genoegen mee. Het bruingroene brood viel in het water en het beest dook er krijsend op af, nam een hap en vloog kokhalzend richting de donkere wolken.

“Meeuw weg? Eendje weg?” Ze keek me met waterige ogen aan. Ik zou er haast in verdrinken. 

“Ja ze zijn weg. Maar kijk, daar zwemmen de vissen.”

Ik dacht aan de laatste keer dat we op de brug stonden. Ze kon nog maar net staan en viel vanuit de bakfiets, tegen de reling, bijna in het water. Ik pakte haar door die herinnering stevig vast, maar ook om de pijn van de van de uitgebleven eendjes te verzachten.

Voor even brak de zon door de regenwolken en verscheen er een regenboog. Rosie vond het mooi. We liepen zonder eendjes gezien te hebben, richting huis. Bij de plaatselijke friettent zaten twee kinderen en zeven eenden onder een krakkemikkige afdakje te schuilen. De kinderen aten patat; de eenden kregen af en toe een stukje en doken daar gulzig op af. Een nieuwe generatie eenden, ondankbaar en moddervet. 

Thuis maakten we broodjes plantaardige kipstukjes met satésaus. Voor even werden het broodjes gebakken eend, maar dat vond Rosie zielig. Later speelde ik de eend en Rosie de moeder. Ik kreeg brood en was tevreden, zoals het hoort.

Lees meer:

Een stukje over gezichten.

Een stukje over een week gevuld met kots.

Een stukje over BBQ-pakketten en pepernoten.

Schrijf je hieronder in voor de nieuwsbrief, dan stuur ik je het volgende stukje via de mail.