Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Zo nu en dan sloop ik lelijke plekken, soms vernietig ik prachtige dromen

De lucht is bedekt met een licht grijze wolk. De zon speelt verstoppertje en is hier zeer slecht in. Door de pastelkleuren rondom deze twee, kun je duidelijk zien dat het ochtend is. Op de voorgrond rent een hardloper met stellige passen zijn kilometers.

De loper komt langs een plek waar mannen met oranje helmen aan het bouwen zijn. Ze zijn bezig met het geraamte van een hypermodern gebouw, waar alleen bovenin de top, zakenmannen van ING mogen wonen.  

Het wordt geconstrueerd op de plek waar de loper vroeger met zijn vrienden tijdens de onophoudelijke zomervakanties zijn dobber uitgooide. In de bruine vijver jaagde zij op karpers, zo lang als bordlinialen, zo zwaar als schoonmoeders.  Het was een magistrale plek. Soms stikte je haast in de libellen. Heerlijk voer voor de vissen.

“Ey, sloper, weet je wel dat je alle vissen aan het wegjagen bent! Heb jij vroeger niet geleerd dat je met heipalen geen vissen lokt!”

Stiekem, tussen het zweet van de hardloper verschuilt er een traan. Kon hij maar met al die libellen praten.  Dan zou hij ze vragen de bouwvakker op te tillen. De beestjes zouden hem verplaatsen naar een ander gebied.

Een lelijke plek dat gesloopt mag worden…

Oh, wat zou hij dat mooi vinden. De lucht zou zwart zien van de insecten. Het geluid van de heipalen zouden de buurtbewoners een ogenblik vergeten. De gelede dieren zouden de slopers één voor één optillen en naar één van de lelijkste plekken op aarde sturen, zoiets als Auschwitz.  

Om daar verschrikkelijke herinneringen kapot te maken.

“Ik werk in opdracht, zweetzak! Heipalen luisteren niet naar mij, maar naar mensen met meer geld op hun bankrekening dan alle politici bij elkaar. Echter snap ik uw verdriet. Ook ik heb pijn, zegt de Oranje helm. 

Hij zet zijn beschermende hoed af en neemt het in zijn grote handen.

Wanneer ik vandaag de dag over straat loop, voel ik mij niet meer thuis. Vroeger lag de wereld aan mijn voeten, nu loopt de wereld over mij heen.”
“Precies, de wereld lijkt met de dag harder te worden.’’ Zachtgekookte eieren bestaan niet meer.”
“Laatst bracht ik mijn dochter naar school en werd geweigerd. De metaaldetector bleef maar piepen. Ik kwam niet binnen. Het waren mijn schoenen, zei ik, maar tevergeefs.

De hardloper zijn vooroordelen maken langzaamaan plaats voor het woord: begrip.

Nu wilt mijn dochter dat ik mijn baard weghaal.Ik lijk teveel op die mannen van youtube, zegt ze. What the hell is een youtube?”
“Ondanks je verdriet,je hechting aan het verleden, ga je door met vissen onlokken?”
“Ik heb geen andere keus.Thuis zijn er monden die ik hoor te voeden, ik ben blij dat ik werk heb. Fysieke arbeid wordt vervangen door drones of andere machines. Er zijn godverdomme al winkels zonder medewerkers!”

Dat kon de hardloper niet ontkennen.

In zijn jeugd ging je op een warme zondagmiddag mee met je vader om te tanken. Koopzondagen waren toen nog gesloten. Iphone winkels bestonden nog niet. Onderweg naar huis genoot je van een Cornetto aardbei met zachte koek, die je vader afrekende terwijl hij met de cassiere aan het sjansen was.

Nu zijn er tankstations met betaalpalen. Waar is die pot met aan elkaar klevende winegums gebleven?

“Zo nu en dan sloop ik lelijke plekken, soms vernietig ik prachtige dromen, zegt de Oranje helm. Het hoort bij het vak.”

Het geluid van de heipalen zet een punt achter het gesprek.

De hardloper knikt. Met iets meer begrip voor de sloper, komt hij weer in beweging. Op het ritme van de heipalen, verplaatsen zijn voeten zich richting huis.

Op zijn rug zit een libelle vastgekleefd in zijn thermoskleding. Vleugel voor vleugel, probeert het beestje de loper van de grond te krijgen en hem naar zijn dromen te sturen.

Ondertussen is er een boek verschenen. Het poëziealbum van een schatzoeker, memories van een vader, meester en idealist. Je kunt het hier bestellen.