Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Drempelwaarde

Er is een stem die mij vertelt dat het veel te lang geleden is dat ik in het water gelegen heb. Daar blijft het niet bij. Het ego, de verhalenverteller heeft er duidelijk zin in en pakt het moment: 

‘Je bent toch een surfer? Waarom ga je dan zo weinig te water? Je weet ondertussen toch, dat wanneer je weer STOKED bent, jij niet meer te stoppen bent? Je weet ook, dat hoe langer je het uitstelt, hoe hoger die drempel wordt.’

De waarde van de drempel stijgt zoals het waterpeil na een regenachtige zomer. Dit nutteloze spelletje speel ik al veel te lang.

Wanneer er een impuls door onze zintuigen wordt waargenomen stuurt het zenuwstelsel een signaal naar de hersenen. Hier wordt de informatie verwerkt en gefilterd. Het zenuwstelsel is in verschillende functionele onderdelen te verdelen, maar dat ga je een andere keer lezen, of Google het even, en krijg direct je antwoord, luie hond.

Als we even inzoomen op hoe cellen een signaal ontvangen en doorgeven wordt er gesproken over een actiepotentiaal. Om tot een bepaalde actie, bv. een contractie van een spier, te komen is er een bepaalde hoeveelheid aan stofjes nodig, die we neurotransmitters noemen. Het is het zenuwstelsel en de daaraan verbonden neuronen en axonen die de prikkel naar de spieren sturen. Die prikkel ontstaat alleen wanneer er een bepaalde drempelwaarde behaald wordt, waardoor de synaps van de spier de prikkel die de contractie teweegbrengt doorstuurt.

Als je het geen zin hebben in een koude zee, de mogelijkheid van ontbrekende of teleurstellende golven, of de afgunst naar het aantrekken van een nog nat pak, op deze manier bekijkt, dan is het zo gek nog niet, dat er een soms een ‘drempel’ ontstaat.

Zo werkt het natuurlijk niet. Ik vond het wel een leuke vergelijking en tevens zeer interessant klinken. Maar goed, die drempel, daar kom ik wel nog even op terug. Op het moment van dit schrijven kijk ik namelijk naar mijn oudste, die steeds vaker drempels om zich heen ziet. En keer op keer, wanneer wij haar daar overheen tillen heeft ze het naar haar zin en roept ze verbaasd:

‘Dit is leuk of dit is toch wel lekker.’

Zo lopen we later op het strand. De wind doet onze ogen tranen en de temperatuur maakt de wangen rood. We hebben allemaal vochtige neuzen, maar die zijn op deze manier meer dan welkom. De meiden spelen tikkertje met de steeds maar terugkerende golven en wij allemaal komen los van de drukkende winter, die nu wel lang genoeg geduurd heeft. S. rent naar de duinen en R. gaat er als een pinguïn achteraan. Wij blijven staan en de zee spuugt wit schuim op onze enkels. Ze hebben het zo naar hun zin. Het gelach en gegiechel wordt gedragen door de wind. Thuis hadden we een strijd gehad, om schoenen en jas aan te krijgen, om ons klaar te maken voor het strand.

‘Zie je dat ze keer op keer, eenmaal over die drempel, het naar haar zin heeft? Misschien ziet ze dat wel bij mij? Ik herken de drempels.’ zeg ik tegen mijn vrouw.

Wat ik niet zeg, is dat ik mij hier zorgen om maak. Want nog steeds, nu ondertussen al een jaar of vierendertig, kies ik voor dit spel. Voor onnodig isolement en een verhoogde moeilijkheidsgraad, om er vervolgens, keer op keer, achter te komen, dat het allemaal niet nodig was. Dat het ook zachter of liever had gekund.

Ze duiken onder het hek en we voelen beiden de neiging erop af te stappen, alleen gebeurt het niet. S. zoekt de hoogte op. Eerst voet voor voet, later, wanneer het steiler wordt, knie voor knie. Kleine R. doet ondertussen een poging om ook zo hoog te komen maar dit is haar nog te veel. De wind geeft haar een duwtje en ze tuimelt achterover, ze kijkt ons even aan en probeert het nog een keer. Na enkele minuten staat S. op het hoogste punt, ze plaatst haar handen als een toeter rond haar lippen en begint te roepen. We kunnen het net niet verstaan. De wolk die als enige in de blauwe lucht zweeft, maken het net een kader van mijn favoriete strip. Wij komen in beweging en wanneer de zee onze voetstappen niet meer opslokt kunnen we haar verstaan.

‘IK BEN MOOI!’ roept ze.

Kleine R. doet ondertussen vanaf haar plek mee. Ze blijven doorgaan totdat we reageren.

‘JA. WIJ OOK!’ roepen we.

Terug in de auto weet ik het zeker. Morgen duik ik het water in. Ongeacht het weer, golf of geen golf, of wat de nacht ook biedt. Die drempel kan mij gestolen worden en is daarna ook weg. Ik kreeg de impuls van mijn dochters en die blijft voor de rest van mijn leven als een verzonden liefdesbrief rondzweven, als een actiepotentiaal dat nooit tot rust komt.

Lees meer:

Een stukje over surfen.

Een stukje over lief zijn voor jezelf.

Een stukje over hoe vier Singaporezen (uit Londen) in Schagen belanden.