Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Drempel

Tussen alle bedrijvigheid door keek ik een stukje van De wereld draait door. Het klikte direct, als een waterdruppel in een vortex werd mijn aandacht het beeldscherm ingezogen.

Een terminale jongeman met nog een aantal maanden hetzij weken te leven, stak van wal. Hij had een goede kop, zachte ogen en droeg een deken van rust om zich heen. Bovenop die goede kop waren de sporen van een operatie zichtbaar: een vierkant litteken liet zien dat ze een poging deden het kwaadaardige carcinoom te pakken te krijgen.

Met een bescheiden toon vertelde hij dat het leven draait om alles wat zo vanzelfsprekend lijkt. Ik keek naar hem en geloofde ieder woord. Stop met de onbenulligheden, geniet van je naasten, lach, huil, leef! Ik zag hoe diep dit besef nu in zijn bewustzijn geworteld zat. Zijn pupillen boorden als lasers een gat in mijn twijfelende geest. 

Het is bijzonder hoe woorden je aan het denken zetten. Er zijn stromingen die beweren dat de taal voor dualiteit zorgt en daardoor afstand creëert tussen jou en de werkelijkheid; zodat zoektochten en talloze mijmeringen ontstaan en drempel op drempel met zich mee brengen. Zodra de taal ontstond, ontstond ook de wereld van waarde en waardeloos, van voor- en afkeuren, van labels en vooroordelen. 

De drempels die ik ervaar lijken soms zo uitzichtloos. Soms klein, niet hoger dan een plint, soms hoog als duinen voor een woeste zee. De woorden die ik daar dan aan verbind creëren inderdaad een oordeel. Ik heb lang geprobeerd drempels te onderdrukken, te negeren of uit de weg te gaan. Ik ging burn-out, volgde meditatiecursussen, at van ieder dieet dat ooit hip was, maar drempels verschenen keer op keer aan de horizon. 

Tijdens een van de yogalessen op de BSO hadden we het over de indianen, over hoe zij samenwerken met de natuur, met de seizoenen, met de zon en de maan, met zichzelf en elkaar. We werden indianen, deden de zonnegroet en plaatsten intenties. Bij ons regende het die dag, Australië stond in brand. We probeerden de regen van ons om te ruilen met de zon van Australië. 

Aan het einde van de les waren er nog vier jongens over. De rest werd opgehaald of vond het niks. Keer op keer dat er iemand wegging of dat de groepsleidster een grapje maakte dacht ik even aan de woorden van de jongeman op TV. Ik had van te voren bedacht dat ik het erg zou vinden als iemand het niks vond, er werd een label geplakt op de toekomst. 

Ik had dit moment twee jaar lang uitgesteld. Ik had last van mijn spieren, kon de asana’s nog niet, had het druk, sliep slecht, had geen zin, durfde niet én geld was een probleem geweest. Allemaal smoesjes, allemaal leugens. Nu het moment aangebroken was viel het reuze mee. 

Met mijn hoofd op de mat tijdens deze yogales, verwarmde mijn weerkaatsende adem mijn voorhoofd. Het voelde prettig. In vijfenveertig minuten liep ik tientallen drempels over en ik denk dat de kinderen die bleven plakken dit op hun manier ook deden.

Buiten met twaalf paarse matten onder beiden armen was de regen weg en ergens ver achter de toppen van de bomen brak de zon door. Een schakering van pastel kleuren doorkliefden de resterende wolkjes in de lucht. Een klein stukje lichter liep ik naar het einde van de dag. 

Tijdens DWDD brandde het nog steeds. Ook al was bij mij de grootste brand geblust, kon ik er even geen woorden voor vinden.

Lees meer stukjes om over na te denken:

Een stukje over het zoeken van afleiding.

Een stukje over de kracht van omdenken.

Een stukje over hardlopen in het donker.