Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

De schrijfcursus

De kleur van de trein is van buiten geel met blauw, van binnen ziet het rood met wit. Ik neem plaats in een stiltecoupé waar het gejoel van de Ajax supporters het minst hoorbaar is. Voor even zie ik mijzelf in een PSV-shirt op de jongens afstappen, om zo op een zeer decadente manier om stilte te vragen.

‘Heren, mag ik even jullie aandacht? Ik probeer mezelf voor te bereiden op een belangrijk tentamen pathologie.’

De menigte kijkt verbaasd mijn kant op.

‘Pathologie?’ vraagt de grootste van de groep.
‘Ja, de ziekteleer. Kontkanker, Aids, het Ebolavirus, noem maar op.’

Hij krabt aan zijn kont en overlegt met zijn maten.

‘Oké, we juichen straks wel verder vanwege Nouri, snap je?’

Natuurlijk zeg ik niks. Ik betrap mijzelf steeds vaker op recalcitrante gedachten. Ik blijf rustig zitten, speel mijn rol en zie eruit als een vriendelijke hazewindhond. Van binnen gaat het tekeer. Ergens voel ik jaloezie, want ook ik ben blij met Ajax en heb zin in een feestje. Alleen ben ik onderweg naar de schrijfcursus en niet naar de huldiging van Ajax.

Eenmaal op locatie, wordt het stuk dat ik schreef te grazen genomen. Mijn ego krijgt een flinke deuk. Ik was namelijk in de veronderstelling dat ik een begin van een nieuwe bestseller had geschreven. Een poosje geleden besloot ik schrijver te zijn en sprak ik uit, mijn gezin door middel van de woorden die ik schrijf te kunnen onderhouden. Ik was al bezig met het signeren van blote borsten ergens laat op een boekenbal, maar sta nu weer in de bouwhoek van groep 1-2, waar mijn tranen landen op de borsten van de kleuterjuf.

De hele weg terug naar het station ben ik op mijn hoede. Deels om wat er tijdens de schrijfcursus had plaatsgevonden – Ik had immers toegekeken hoe mijn kindje werd verscheurd door wulpse leeuwinnen –  en deels om de dronken Ajax fans en hun geschreeuw. Ik loop sneller dan normaal, met mijn koptelefoon op, zonder geluid.

Een groep van meer dan tien jongens bewegen zich voort alsof ze aan dek staan in een wilde storm. Ik besluit ze in te halen en neem een stukje van het fietspad om zo mogelijk contact te vermijden. Een van de jongeren komt mij achterna, ik schrik, schreeuw en brul. De groep reageert met een brul en zet daarna direct een nummer in over Donny van der Beek. De angst die door mijn lijf giert zorgt voor een waanbeeld dat heel Amsterdam er uit doet zien als de binnenplaats van een Colosseum.

Bij de kassaloze AH op CS reken ik een biertje en een zakje pittige nootjes af. Ik zit later tegenover een oude dame. Haar ogen worden bedekt door rimpels. Ze leest door een klein kiertje de woorden van Murakami. Ze draagt het leven met acceptatie. Volgens mij heeft deze dame geen last van onzekerheden of identiteitsproblemen. De alcohol en het ego wiegen mij in een emotionele toestand. Ik kan wel janken en besluit dat ook te doen. De zoute tranen vallen op mijn i-pad, dat openstond om het geschreven stuk te herschrijven.

Bij Castricum staat de trein scheef. De oudere dame staat rechtop en geeft mij een blik dat zegt: ‘Jongen, volg je hart, dan komt het altijd goed.’ Ik knik. Van binnen ga ik direct op zoek naar mijn hart. Het volgen komt later wel.


Lees meer:

Een stukje over afleiding.

Een stukje over het maken van fouten.

Een stukje over hoe ik een presentatie hield zonder voorbereiding.