Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

De onderbroek

Laatst bezocht ik de sauna. Ondanks schaamte jegens mijn lijf, vind ik dit een zeer prettige plek. De warmte kalmeert. Overheersende gedachten en afvalstoffen in de vorm van zweetdruppels verdwijnen het doucheputje in. Ontspannen, genietend van de geuren van de kolen, het gedroogde hout. De warmte wiegt mij met haar deken van tevredenheid de woestijn in. Ik ben alleen en rustig.

Mijn ogen weer open. Terug van mijn reis. Ik zie door de deur van de sauna een raar katoenen onderbroekje hangen. Het heeft de kleur van een smurf en is verre van schoon. Het hangt er moederziel alleen. Geen handdoek noch douchegel, die het broekje vergezellen. Het broekje wekt mijn nieuwsgierigheid. Ik besluit de wettelijke eigenaar op te sporen. Stel je voor dat je zonder onderbroek het pand verlaat. Buiten waaide het met behoorlijke kracht. Tocht op de zak is een vervelende kwaal, wat menig man zal herkennen.

Met mijn goede gedrag en de hitte in mijn lijf de cabine uit. Een paar harige billen trillerig de hoek om. In mijn enthousiasme vergeet ik mijn handdoek. Naakt, rood, en bezweet spreek ik de harige billen aan.

‘Je vergeet je smurfkleurige onderbroek.’

De harige billen draaien zich om.

‘Die is niet van mij, ik draag alleen maar boxershorts.’

Ik geloof er geen zak van. Daar sta ik: met mijn mond vol tanden.

‘Goed, dan weet ik het ook niet.’

Ik geef het paar harige billen een knipoog en draai mij om. Waarom ik daarvoor kies is mij onduidelijk. Doe ik zoiets uit vrije wil? Enkele keren is er een intern conflict. Dan strijkt mijn gedrag niet met mijn interne wereld. Fysiek aanwezig maar geestelijk in een ander universum. Door verdovende middelen kans op zinsbegoocheling, soms ook door het ongemak van een situatie, zoals in dit geval.

Het onderbroekje – nog steeds even smerig – hing er nog steeds. Een remspoor lacht mij ongeveinsd toe. Ik probeer het los te laten. Nog een rondje sauna zou mij goed doen. Desondanks iedere keer dat ik mijn ogen sluit, het beeld van die smerige onderbroek. Ieder kon zien dat de wettelijke eigenaar een te druk leven leidt om zijn billen fatsoenlijk af te vegen. Ieder zou een oordeel vormen en het een smerig persoon vinden. Én de enige in de cabine... Dat ben ik.

Wat als men zou denken dat ik die smeerlap ben?

Verdomme ik heb last van de remsporen van iemand anders.

Weer uit de cabine. Nog heter en roder dan daarvoor. Dit keer geen ontspannen gevoel, maar woede en bezorgdheid. Er zit niks anders op dan het onderbroekje te elimineren. Het kleine prullenbakje om de hoek zou de plaats van bestemming worden. Alleen hoe kreeg ik het daar? Pak ik het met mijn handen, tenen of misschien wel met mijn tanden?

Neen.

Gelukkig, staat er een trekker in het hoekje. Ik draai het om en wip met het puntje van de steel het onderbroekje omhoog. Als een koorddanser hanteer ik de stok de hoek om. Met een soepele beweging belandt het in de prullenbak.  

Nog een rondje sauna; tevreden en ontspannen droog ik mijn lijf. Ik kieper de inhoud van mijn tas op tafel. En doorspit de berg schone kleding. Ik vind niet wat ik zoek; mijn onderbroek nog thuis in de wasmand. Voor een kort moment is daar weer die vuile onderbroek. Een paar seconde zie ik het beeld voor me: ik boven de prullenbak, vissend naar het smerige broekje. Ik word misselijk.  Zonder onderbroek vul ik een klachtbrief in en verlaat ik de sportschool.

Met de frisse wind op mijn zak fiets ik oncomfortabel naar huis.

Ondertussen is er een boek verschenen. Het poëziealbum van een schatzoeker, memoires van een vader, meester en idealist. Je kunt het hier bestellen.