Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

De halve

De dagen voor de wedstrijd begon het harder te waaien en daalde de temperatuur. De twijfels in mijn hoofd namen net als de wind alleen maar toe. Toen mijn maatje vanwege een blessure afhaakte was er een perfecte reden om de tocht af te blazen.

Door de hoogmoed van een bak koffie te veel vertelde ik mijn vrouw dat ik juist vanwege al die twijfels (lees als drempels) moest gaan. Bij mijn ouders aan tafel sprak ik ook zoiets uit. Ik had mezelf klem gezet en er zat niks anders op om de uitdaging aan te gaan. 

Het eerste stuk op het strand was een ijskoude hel. Windkracht zeven blies ons in het gezicht en er kwam maar geen einde aan de stoet mensen voor mij. Wanneer gingen ze nou naar links?

Na twee kilometer wist ik dat ik op een gegeven moment naar de wc zou  gaan, het broodje kaas van eerder was geen goed idee. Ik zag beelden van hardlopers die rennend hun racekak op straat gooiden, maar besloot dit niet te doen, daarvoor liep ik niet hard genoeg. 

Er werd niet gesproken op het strand. Ik hoorde alleen gehijg, de stappen in het mulle zand, de zee die woest haar golven op het strand sloeg en het geschreeuw van de ijskoude wind uit het westen. Zo moesten de Spartanen zich onderweg naar het slagveld gevoeld hebben. Soms het geluid van een telefoon, een computerstem die aangaf dat er weer een kilometer voorbij was. Ik had bewust het geluid van mijn horloge uitgezet. Een van de vele pogingen die ik deed om mijn brein voor de gek te houden. Natuurlijk wist ik precies hoe lang ik nog moest.

In een deliriumachtige staat klom ik de strandopgang op. Eenmaal boven had ik door waar we waren: Castricum aan Zee, mijn geliefde strand in de zomer was nu veranderd in een duivels oord met allemaal schreeuwende mensen aan de zijkant. Sommigen noemden mijn naam. Pas later begreep ik hoe dat mogelijk was. De ecotoiletten liet ik dicht. 

De wind had hier geen grip op ons maar mijn darmen werden wel degelijk gegrepen, alsof ik van bovenaf door een grijphaak in elkaar gedrukt werd; er zat niks anders op mijn tijd los te laten en ergens de duinen in te duiken. Lopers met een strakke blikken passeerden mij. Zij zagen hun doel voor zich, ik scande de omgeving voor een geschikte plek om dat verdomde broodje kaas te lozen.

Langs de camping stond een hele groep juichende mensen. Ze maakten mij aan het lachen. Het is bijzonder hoe wij mensen elkaar kunnen motiveren, simpelweg door ons stembanden te laten trillen en onze vuisten krachtig in de lucht te steken.

“Komaan Josse!  Goed bezig man! Je bent er bijna.” 

De grimas op het gezicht van de supporter toverde bij mij ook een soortgelijke versie op het gezicht. Ik kneep mijn mondhoeken omhoog, en mijn billen stevig tegen elkaar. Bij de drinkposten die om de zoveel kilometer stonden uitgestald lag een spoor van afval. Door het neerzetten van een PR voelden de meesten onder ons zich vrij er een zootje van te maken. Ikzelf deed er ook aan mee. Ik nuttigde een Isostar, mikte het bekertje in de overvolle prullenbak, maar doordat het al tot de rand aan toe gevuld zat viel het op de grond.

Een kilometer verder werd ik gestraft. Ik kon niet meer verder en kakte drie bomen omver. Het zag er niet best uit maar ik voelde me wel een stuk beter.

Bij de zestiende begon ik met grommen. Ik had geen idee dat ik zulke geluiden kon maken. Maar het hielp. Ik wist mijn tempo wat omhoog te krijgen. Op dit moment deden mijn hamstrings er alles aan om mij aan de grond te houden. Alsof mijn benen met scheerlijnen tussen de tegels van het duinpad vastgenageld zaten. Iedere stap werd een overwinning. Hoe sneller ik zou gaan hoe eerder ik verlost zou zijn uit deze kwelling. 

Ik begon aan de warmte van thuis te denken, aan de gezelligheid van de meiden om mij heen, aan hamburgers (ik eet al zes jaar geen vlees), aan een warm bad, een goed boek en aan een koud biertje. Nee schuddend ging ik verder. Als ik dit zou toelaten zou de eindstreep alleen nog maar langer uit het zicht blijven.

Eenmaal over de streep duurde het een tijd voor ik weer kon lachen. Ik verbrande 1600 kcal, had er bijna twee uur voor nodig en begreep niet waarom ik dit zo nodig moest doen ‘en al helemaal niet dat ik die ochtend voor de loop mijn vrouw nog vertelde ooit een hele te lopen. Dat kwam later.

Die avond keken we naar 1917. Ik pikte wat snoep en dronk een ijskoude 0.0. De soldaten renden over het strand. Geen juichende mensen aan de zijkant, noch beukende zee, niet eens een vleugje wind. 

Ze hadden het maar makkelijk die gasten.

 

Lees meer stukjes over beweging:

Een stukje over leren en hardlopen.

Een stukje over lopen in de ochtend.

Een stukje over Smombies.