Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Corona

Er zijn weinig momenten dat ik de krant lees. Eigenlijk kun je het geen lezen noemen. Bij mijn ouders thuis zoek ik alleen de twee sterren sudoku op (vier is te lastig en drie lijkt wel niet te bestaan) en dat is het wel zo’n beetje. Oh ja, soms lees ik in de supermarkt een paar kopjes van de voorpagina wanneer er een lange rij staat. Maar deze avond, vlak voor de hutspot van mijn vader, begin ik vooraan. Op de rouwadvertenties na, staat er op iedere pagina wel iets over het Corona virus.  Tot dit moment, heb ik de Coronahype nog niet toegelaten, maar nu wordt er toch een zaadje gepland. 

Zomaar ineens begint mijn vader te hoesten terwijl hij de hutspot stampt. En onze jongste, als je die eens ziet, ze hoest al weken. De oudste is al tijden bleker dan tofu. Ikzelf kotste van het weekend spinazie uit mijn mond, neus en oren. En mijn vrouw? Die is er niet eens, al opgelost, van de aardbodem verdwenen. 

Na de hutspot danst de oudste tranen in mijn ogen. Ik weet niet wat me overkomt. Plotseling zo groot. Ze speelt met de atmosfeer. Haar voeten, haar handen, haar hele zijn komt sierlijk over, en dat allemaal op de maat. 

Daarna pakt de jongste haar moment. Op een zware drum van een afrikahouseachtig muziekje gaat ze ritmisch op en neer. Zoals een vogel op een moment ontdekt dat het naast vliegen ook op andere manieren kan bewegen, ontdekt R. hoe ze naast alles wat ze al kan ook prachtig kan dansen. Ik kan niks anders dan meedoen, het ziet er zo aanstekelijk uit. 

Onderweg naar huis heb ik aan weerszijden van mij aan iedere hand een meisje vast. Ze zijn nu zo groot dat we naar huis lopen. Ik voel mij een man, klaar om de hele wereld in elkaar te slaan wanneer ze vermoeden dat er één van de meiden het Corona virus heeft. Het waait. Het is het begin van de zoveelste storm. Er staat een heldere ster aan de hemel, dat lijkt op geen enkele andere ster. 

“Papa ik denk dat de sterren deze storm maken.”

“Mooi. Wanneer schrijf je een boek?”

“Of het zijn de spoken die boven de wolken zweven. Dat zou ook kunnen.”

“Misschien leen ik jouw woorden. Zou je dat goed vinden?”

Ze knikt. Spoken die boven de wolken zweven. Deze woorden, dansend op het beeldscherm, ik wil er mee trouwen en wil ze tussen twee kaften plaatsen.

De volgende dag word ik door school gebeld.

“Het gaat niet goed met S. Wil je haar komen halen? Ze trilt en heeft het over pijn in haar wangen.”

“Ik kom er gelijk aan!”

Thuis komt er van alles uit en heeft ze 40 graden koorts. Soms zegt ze iets waar ik geen verbanden mee kan leggen, niks wat tussen twee kaften past, wartaal. 

“Het zou toch geen Corona zijn?” 

“Welnee.”

Later bellen we de dokter. Ze doet op dit moment raar met haar mond en heeft naast de koorts, zweet en blauwe lippen. Bij de dokter staan we in de wacht. Het duurt lang. We hangen weer op. We bellen onze homeopaat. Ook hij neemt niet op. Ondertussen maakt mijn vrouw zich steeds meer zorgen. Ik ook, maar uit dit op een andere manier. (laptop)

De homeopaat belt terug. We geven haar Arsenicum en ze valt voor twee uur in slaap. Wanneer ze wakker wordt kijkt ze anders uit haar ogen. Ze praat weer en wil pompoen uit de vriezer eten. Haar koorts is een uur later weg. 

We desinfecteren het huis. De ramen gaan open. We eten groenten en fruit en wassen onze handen vaker. En ik besluit geen krant meer te lezen.


Lees nog meer van dit soort ongein:

Een stukje over een huilend kind.

Een stukje over flamingo’s.

Een ander stukje over een krant.