Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Collecte

Er stond laatst iemand aan de deur. Dat staat er wel vaker, maar deze mevrouw en haar collectebus maakten wat bij mij los. Ik gaf haar wat knaken en voordat ik het wist riep ik:

‘Ey, moppie, ik ken jou nog van vroeger.’ Ik weet ook niet wat mij overkwam.
‘Ja dat klopt,’ zei ze blozend.
‘Hoe werkt dat eigenlijk, dat bakkie met geld?’  Weer was het alsof er iemand anders sprak.
‘Nou simpel, je belt aan, je lacht, bloost, en je vraagt of ze wat in je gleuf willen stoppen.’

Dat klonk als muziek in mijn oren. Binnen de kortste keren liep ik op een donkere regenachtige avond met een collectebus langs de deuren. Bewust liep ik voorbij mijn eigen straat. Bang voor teleurstelling; nog angstiger voor oordelen over de buren. Wat als de vriendelijke buren van nummer één nee zeggen? Dat zag ik niet zitten. Er was teveel afkeer om deze winter een jas van last te dragen.

Thuis had ik uitgebreid geoefend. Duizenden keren herhaalde ik de woorden: ‘Wil je wat in mijn gleuf stoppen?’ Het werd een mantra. Voor de spiegel in gesprek met de mensen. Naakt met collectebus, in klederdracht met bus en zelfs met regenkleding en knapzak, oefende ik. Aan de voorbereiding kon het dus niet liggen.

Nummer 9

Na het geluid van de bel weerkaatst de zin steeds maar door mijn kop. Als een bal in een flipperkast.Door mijn enthousiasme floep ik er al een deel uit: ‘Gleuf stoppen’. De deur bleef dicht. Ik voelde mij voor gek staan. Het licht dat door de gordijnen van de woonkamer scheen had de aanwezigheid van de bewoners verraden. Nou schuin overbuurman van een straat achter onze straat, de volgende keer rij ik uw grijze bak omver.

Het volgende huis was donker en sloeg ik over, dat kwam prima uit. Ik moest bijkomen van de schrik.

Nummer 13

Mensen in de woonkamer. Dat het regende kon mij niks schelen, de eerste collecte zou snel geïnd worden. TRINNNNGGGGGGGGGGG. Oei die bel klonk nog vervelender dan mijn wekker. Daarna zag ik pas dat de volgende tekst:

Wij willen niks kopen, geloven doen we op ons eigen manier, wij doneren al genoeg. DUS, OPDONDEREN MET JE ROTKOP, SLA ONS HUIS OVER.

Die hoofdletters deden het. Ik wilde omdraaien, maar de deur ging al open. Een wolkenkrabber van een vrouw, deed de deur open. Ze stak bijna een meter boven mij uit en keek met een gebogen hoofd mij nors aan. Het norse vormde haar gezicht als een vergeten avocado in de koelkast. Met een trillende hand reikte ik naar boven en hield ik de collectebus net onder haar neus. Geen rinkelend geluid want deze was nog zo leeg als het buikje van een Afrikaanse baby.

‘Wilt u wat in mijn gleuf stoppen?’

Pas toen de woorden de enorme vrouw bereikten had ik door dat ik voor de gek gehouden werd, die keer toen ik vroeg aan dat moppie, hoe dat werkt met dat bakkie met geld. De deur werd zo hard dicht gesmeten dat het licht bij de buren aansprong en ik sindsdien een kromme neus heb. Daar kwam ik nog goed weg. Ik had net zo goed een knal kunnen krijgen. En daar was ik niet naar op zoek, ik liep hier verdomme voor het Leger des Heils dus ik wilde keiharde euro’s zien.

Nummer 15

Ik moest mijn tactiek aanpassen, improvisatie. Ondertussen bleef het regenen. Sokken nat, de onderbroek nog droog. Met gestage stappen ging ik verder. Alsof ik op sponzen liep. Het licht uit, toch aanbellen. Verrek, het ganglicht dat net aansprong en weer was uitgegaan, sprong deze avond opnieuw aan. Een gestalte richting de voordeur.

‘Heeft u wat over voor een goed doel?’
‘Voor welk doel kom je?’ Door de zenuwen vergat ik dit te melden.
‘Oh ik zie het al,’ zei de man met het uiterlijk van een boswachter.
‘Nee, dat heb ik niet.’
‘Oké, bedankt voor uw tijd en een prettige avond.’

Mijn reis ging verder, nog steeds geen stuiver in de bus. Mijn ziel hield ik nog net vast onder mijn vrije arm. Iedere tegel in een tuin werd een drempel, bunkers gebouwd door mensen in het verzet, die mijn aankomst als een bedreiging zagen. Ik voelde mij een bedelaar, een oplichter eerste klas.

Maar mensen, ik kom hier toch zeker niet voor mijzelf! Of toch wel? Was het een zoveelste poging om mijn daden recht te zetten, om aan te tonen dat ik óók behulpzaam kan zijn.

Het volgende huis was dat van een bekende. Dat sloeg ik over.

Nummer 19

Bij het ene laatste huis dat ik bezocht, werd niet geopend. De bel ging, maar het geluid van de televisie stond blijkbaar harder. Ik zag de mensen zitten, op het raam kloppen durfde ik niet. Als een kind met een lege zak snoep op elf november liep ik door de straten. Ik schold, ik huilde, ik sloeg een deuk in het pakje boter (knapzak). Mijn ziel droop met de regen mee de put en het riool in. Ik gaf het op, accepteerde mijn verlies en sjokte naar huis, de onderbroek was nu ook doorweekt. Thuis belde ik aan. Mijn vrouw deed open. De geur van het avondeten,  mijn neusvleugels in; mijn maag deed een sprongetje.

‘Wil je dat ik wat in je gleuf stop schat?’ vroeg ze met een glimlach.

Ik kon er niet om lachen.

Een geitenwollensok vol met munten deponeerde zij in de collectebus. Het stroomde als een waterval door de gleuf. De volgende dagen bleef de bus op de vensterbank staan. Met schuldgevoel vulde ik het tot aan het randje. Ik durfde niet meer.

Nummer 3

De deurbel gaat. Hetzelfde moppie staat voor de deur.

‘Hey man, wil jij weer een rondje lopen?’
‘Ja dat wil ik wel zeg ik’. Weer weet ik niet wat me overkomt.
‘Oké, zegt ze, wat goed! Dat van die gleuf van vorige keer, dat was natuurlijk een grapje hé.’
‘Ja.’
‘Wat zijn je gegevens dan vul ik…’

Haar ogen gaan richting de sticker onder de deurbel.

Wij willen niks kopen, geloven doen we op ons eigen manier, wij doneren al genoeg, DUS SLA ALSTUBLIEFT ONS HUIS MAAR OVER.

De deur dicht. Voor de zoveelste keer, laat ik anderen voor mij spreken en snap ik het woord behulpzaam niet.

Meer van dit soort onzin? Je kunt je aanmelden voor de mailing of koop mijn boek, dat staat er vol mee.