Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Apenkooi

Het maakt me niks uit dat ik nat word. Dit was eerst anders. Ik kon mij er druk om maken. Nu gaat mijn capuchon af en probeer ik iedere druppel als een geschenk te zien. Het kan haast ook niet anders nadat ik meerdere keren schreef over de regen.

Naast miljoenen euro’s brengt het schrijverschap mij ook richting. Het stuurt mij kleine stapjes een kant op. Geen idee of het de juiste is, wat is immers juist? Wel of geen broccoli? Doorrijden tijdens een rood stoplicht omdat je kind naar het ziekenhuis moet? Pepernoten kopen terwijl je in je korte broek loopt? Een stukje schrijven over de voor- en nadelen van vaccineren? Misschien bestaat er wel geen goed of fout en is alles dat er kleurrijk uitziet, werkelijk onderdeel van één grote grijze massa.

De zon breekt ook nog even door. Een eend en een reiger maken ruzie, met veel kabaal vliegen ze achter elkaar aan. Het geluid doet me denken aan de kinderen in de gymzaal. Eerder die dag had ik apenkooi aangeboden. Het kostte mij ruim een uur alles neer te zetten. Het materialenhok, was op een berg stof en een verdwaalde unicorn sok, zo goed als leeg.

Het was de laatste les voor de herfstvakantie en dan is het een ongeschreven regel flink uit te pakken. Zie het als een bedankje voor de samenwerking die plaatsvond, maar ook vanwege de ruimte die er ontstaat. Iedereen vindt het op een goed bedoelde manier fijn elkaar even niet meer te zien. 

Apenkooi heeft iets magisch. Het spel maakt van kleinzerige kinderen de grootste superhelden, het maakt van uitdagende groepen, poeslieve groeven. Apenkooi maakt kinderen blij. Zo blij als je kunt zijn wanneer je een tientje vindt in een broek die je een tijd niet droeg. En logisch ook. Denk eens terug aan de gymles van vroeger. Grote kans dat je denkt aan apenkooi, grote kans dat er een glimlach op je gezicht ontstaat.

Wat is het met dit spel? En waarom heerst er zo’n taboe op? Volgens mij is er een tijd geweest dat we het anders moesten noemen. Het spel waarvan we de naam niet zullen noemen. Bang voor mogelijke gevolgen die kunnen ontstaan.

Waar het vroeger normaal was een klap te krijgen van een rokende leerkracht, wanneer je links schreef of Jezus op een verkeerde manier prees, gaan we nu flink de andere kant op. We beschermen onze lievelingen zoveel, waardoor de ruimte om fouten te maken verdwijnt. Ik had ooit een jongetje in een groep zes, dat mocht niet buitenspelen van zijn moeder. Waar ligt dan de kans om te groeien? De angst om het fout te doen neemt hierdoor toe en juist bij een spel als apenkooi laten kinderen dit los.

Oké, er ontstaan soms blauwe plekken of schaafwonden, maar ze dragen ze als trofeeën, en willen daarna verder. Ze zijn zo gegrepen door de vrijheid en spanning van het spel, dat ze hun grenzen verleggen en net wat meer van zichzelf durven te vragen. Je wil als kind toch ook zelf je fouten maken? Daar word je een krachtig en autonoom wezen van. Zonder het maken van fouten sta je stil.

Ik sta buiten in mijn pauze, bij de nooduitgang van de sporthal, zuurstof en zonnestralen te scoren en neem net een slok van mijn spinazie-banaan-braam-kokosmelk-brinta-kurkuma-kaneel-cacao-smoothie.

“Slurp je die groene smurrie helemaal op?”

“Ik doe mijn best. Vloeibare vitaminen.”

“Wat ben je aan het doen?” vraagt de werkman.

Hij draagt een oranje pak met kniebeschermers en zit onder het smeer. Zijn ogen draaien rond als een kapotte koekoeksklok.

“Ik geef gym vandaag.”

“Oh dat vind ik wel een goede zaak.” Zijn gezicht ziet er uitgeleefd uit.

Hij stottert een beetje. Ik denk dat het leven hem soms in de war brengt, maar daar is hij niet de enige in. 

“Ja, ze zitten al genoeg die kinderen.”

“Ja, lekker bewegen die mormels.” 

Ik merk dat ik tijdens het gesprek niet helemaal op mijn gemak ben, en dat terwijl het een aardige jongen lijkt. Blijkbaar had ik al een oordeel gevormd, enkel door zijn verschijning. 

“Apenkooi.” zeg ik.

“Who man! Dat vond ik vroeger altijd te gek.”

In zijn ogen verschijnen twee jongere versies van hem. Ik zie hem staan, in de gymzaal, met hoog opgetrokken sokken en een bezweet Power Rangers shirt; tevreden, zo blij als een kind.

“Werk ze vandaag!”

Zijn gezichtsuitdrukking zie ik die dag nog tweehonderd keer terug. Van de meeste groepen krijg ik een bedankje. Ik slinger zo blij als een aap de herfstvakantie in.

Lees meer:

Een stukje over de eerste schoolweek.

Een stukje over waarom ik afscheid nam van het reguliere onderwijs.

Een stukje over schoolvoetbal.

Schrijf je hieronder in voor de nieuwsbrief. X